· 

Berlijn in de Benelux (4): Is Rotterdam Berlijn in het klein?

Tekst en beeld: Peter Bijl


We schreven er al eerder over: iedere Nederlandse stad wil als het maar even kan op Berlijn lijken. In diverse grotere en kleinere steden, worden kroegen, uitspanningen of dansavonden naar de Duitse hoofdstad vernoemd. Zonder daarbij te bedenken dat het unieke DNA van Berlijn helemaal niet te klonen valt. Al is er 1 stad die, zij het slechts een klein beetje, in de buurt komt: Rotterdam. 

Winderig

Toen ik eind jaren ´90 de Rotterdamse regio verliet, om in Utrecht te gaan studeren, was ik nog nooit in Berlijn geweest. Wel was ik er allang aan gewend: een stad die geen vastomlijnd centrum had, die rauwe, winderige kanten kende (zeker ´s winters), en die voor menig bezoeker niet al te uitnodigend overkwam. Rotterdam bood mij altijd het beeld van de grote stad: de plek waar je iedere hobby of interesse kon uitleven, waar verkeersstromen samenkwamen - en waar je op een fietstochtje door de stad talloze culturen tegenkwam. Een stad bovendien die, als je eenmaal de weg kent, langzaam maar zeker onder je huid kruipt.

 

Misschien is het daarom wel, dat ik in de jaren daarna zo verknocht raakte aan Berlijn. Het Berlijn dat ik ontmoette, vlak na de eeuwwisseling, deed mij sterk denken aan Rotterdam, maar dan in het kwadraat. Maar klopt dat beeld eigenlijk wel, de Maasstad als een soort Nederlands mini-Berlijn? Om daar achter te komen, nemen we u mee op reis– door beide steden. 


Stad zonder hart

We beginnen op de laatste straathoek van Mitte. Want om de band tussen beide steden te onderzoeken, kunnen we – letterlijk en figuurlijk - niet om het ferme bouwwerk heen op de kruising van Wilhelmstraße en Niederkirchnerstraße. De kantoorkolos die vandaag de dag het Finanzministerium herbergt, werd in nazi-tijden gebouwd als Reichsluftfahrtministerium. Hier werd onder commando van Hermann Göring de opdracht gegeven tot de reeks van luchtaanvallen die de Luftwaffe uitvoerde.

 

Het eerste slachtoffer van deze strategie: Rotterdam, op 14 mei 1940. In amper een kwartier tijd, werd de historische binnenstad door Duitse bommenwerpers weggevaagd. De brand verspreidde zich in de dagen die volgden tot diep in Kralingen. Het resultaat: een stad zonder hart. Niet alleen het sculptuur van Zadkine naast het Maritiem Museum herinnert er nog altijd krachtig aan, het hele straatbeeld en imago en karakter van de stad is ervan doordrenkt.  Wie zou immers vandaag de dag denken dat de Coolsingel daadwerkelijk een singel was? 

Wederopbouw

Rotterdam leidde ook het einde van het klassieke Berlijnse stadsbeeld in – met een omweg via Engeland. Na verdere Duitse bombardementen op Londen en Coventry, zette Britse Royal Air Force zwaar geschut in om als vergelding ook Duitse steden strategisch te vernietigen. De eerste luchtaanval op Berlijn vond plaats op 25 augustus 1940.  In 1944 en 1945 lag Berlijn, met Amerikaanse hulp, vrijwel dagelijks onder vuur. Gevolg: een stad, volledig in puin. 

De wederopbouw waarmee beide steden te maken hadden, leverde in beide steden vele overeenkomsten in het stadsbeeld op. Nogal logisch: er moesten daken boven hoofden verschijnen – zo veel en zo snel mogelijk. Waar diverse verwoeste Duitse hun klassieke centrum opnieuw probeerden op te bouwen, werd in Rotterdam en Berlijn toch vooral de voorkeur gegeven aan stadsvernieuwing, in verschillende vormen van het woord. Al moeten we die term beide steden op de eerste plaats  al voor Berlijn zelf hanteren. Want natuurlijk vond die wederopbouw in Koude-Oorlogssferen plaats. De Berlijnen in de jaren´ 50 en´60 werden ingekleurd door beide handen van prestige – de Amerikaanse en de Sovjet. 


Feyenoord

De naoorloogse dynamiek in Rotterdam had met Koude Oorlog daarentegen weinig te maken. De stad werd na de oorlog door zijn inwoners weer in sneltreinvaart opgebouwd. Met evenveel trots als energie werd de blik in al die jaren naar voren geworpen. Als eerste stad in Nederland werd een metro aangelegd. De haven werd binnen enkele decennia de grootste ter wereld.

 

De jaren dat Rotterdam zijn vorm weer had gevonden, de zestiger en zeventiger jaren, waren opmerkelijk genoeg de jaren dat ook zijn voornaamste voetbalclub, Feyenoord, schitterde als nooit tevoren. Het winnen van de Europa Cup 1 in 1970? Het voelde niet alleen als de eerste Nederlandse Europa Cup-victorie, het voelde door de verbindende rol van voetbal als volkssport nummer 1, vooral als de kroon op de wederopbouw van de stad. Sterker door strijd, hand in hand kameraden.

 

Maar met de voltooide wederopbouw, verdampte in Rotterdam ook de vooruitziende blik. Er volgde jarenlange stagnatie en terugloop, zowel op het gebied van inwoneraantal als in economie en cultuur. En inderdaad: ook in de prestaties van het voornaamste voetbalteam

Hofplein

In deze naoorlogse dynamiek veranderde ook het Hofplein rigoureus van functie: gold het Hofplein in het vooroorlogse Rotterdam als bruisend centrum voor nachtleven en gastronomie (riep iemand in de verte daar Pschorr?), in het naoorlogse Rotterdam kwam de ontstane ruimte vooral handig uit als centraal gelegen verkeersknooppunt. En in het hedendaagse Rotterdam als een knooppunt van creativiteit – een na de sluiting van het Hofplein-station toch wat vergeten stuk stad wordt nu uniek verbonden via de Luchtsingel, nieuwe brug van economische groei.

 

Hier is een duidelijke link te leggen naar het vooroorlogse kloppend hart van Berlijn, de Potsdamer Platz. Tijdens het interbellum was de omgeving Potsdamer Platz - Leipziger Platz de wervelende Berlijnse tegenhanger van Times Square (riep iemand daar wederom Pschorr?), vanaf 1945 lag het er - ontdaan van zijn ziel - bloedeloos bij als sectorengrens, vanaf de bouw van de Muur werd dat zelfs troosteloos, uitzichtsloos. Het is de plek waar vanaf de jaren negentig Berlijn  van een nieuw hart werd voorzien: een kunsthart.


Maar de overeenkomsten in gevoel blijven voor mij als Rotterdammer toch frappant. Zo kan het gebeuren dat ik mij iedere keer wanneer ik de Mehringplatz in Kreuzberg passeer, toch weer half op de Hoogstraat waan. Dat de hoge woontoren-met cocktailbar tegenover het verwoeste ex-kopstation Anhalter Bahnhof me altijd verdacht veel aan de Shell-toren aan het Hofplein doet denken, tegenover dat andere verwoeste ex-station, Delftse Poort.

 

De nabijgelegen plaatsvervanger, het in 1957 geopende Centraal Station van Rotterdam, mag in 2014 dan vervangen zijn door een verbluffende nieuwe variant; iedere keer wanneer ik de licht-schimmige stationshal op Bahnhof Zoo binnenstap, blijf ik lichtelijk verbaasd dat de stoptrein naar Hoek van Holland niet op de borden vermeld staat. Het zal de vertraging van de Hoekse Lijn wel zijn. 

Rijksinvesteringen

Maar het is niet alleen de naoorlogse wederopbouw die beide steden verbindt. Beide steden hebben, na een jarenlang sluimerend bestaan, vanaf de jaren negentig te maken gehad met een nieuwe golf van wederopbouw. Als moderne hoofdstad van het herenigde Duitsland, moest Berlijn zichzelf wel heruitvinden – en representatief en uitnodigend voor de dag komen. Wie van de hernieuwde Potsdamer Platz via het Regeringskwartier naar het Hauptbahnhof wandelt, ziet hoe sterk dat gelukt is – met dank aan de vele investeringen vanuit het Rijk in zijn nieuwe hoofdstad.

 

Wie in Rotterdam vanaf de Markthal, langs De Boompjes en via de Erasmusbrug richting Rem Koolhaas´  geroemde wolkenkrabber De Rotterdam fietst, ziet iets soortgelijks. Zonder de rijksinvesteringen in de jaren negentig zou dit nu zo imponerende deel van Rotterdam, er mogelijk nog altijd redelijk vergeten bijliggen. De loodsen aan de Zuidzijde van de Maas? Ze zouden nog altijd gerust als troosteloodsen door het leven kunnen gaan.

 

Nu ademt het centrum van het nieuwe Rotterdam, van Centraal Station tot Wilhelminapier, echter een eenheid en urbaniteit die het sinds het bombardement niet meer gekend heeft. Na jarenlange transformaties voelt de stad eindelijk als af – en ze kan er trots op zijn.     


Open stad

Juist deze moderne, kosmopolitische uitstraling zorgt ervoor dat de Maasstad al decennialang voor velen een passende plek om een nieuw eigen leven op te bouwen. Rotterdam is bij uitstek een stad van nieuwkomers, een stad van tolerantie -  en tegelijk: populisme. Waar de meeste steden in Nederland een fraai oud-Hollandsch uiterlijk hebben, en voor buitenstaanders kunnen aanvoelen als het opbouwen van een leven in een historisch filmdecor, is Rotterdam binnen Nederland de vreemde eend – zoals Berlijn dat voor de Duitsers is. Rotterdam is een internationale, open stad , die, zouden we kunnen zeggen, toevallig in Nederland ligt. En dat laat iedereen die zich open opstelt, zich er ook makkelijk thuis voelen. Net als in zijn vermaarde Duitse tegenhanger, Berlijn.

  

Ja toch, niet dan? 

 

Meer weten over de relaties en verbindingen tussen beide steden? Wij bieden speciale rondleidingen aan, waarin we Berlijn door Rotterdamse bril beschouwen - en andersom. Speciale tip voor Rotterdammers! Neem voor de mogelijkheden contact met ons op.