· 

Planningsregie van de stad

Eindelijk eenheid

Natuurlijk spreekt de Berlijnse Muur, bijna 30 jaar na haar vreedzame Val, nog altijd tot de verbeelding. De gespannen deling van de stad liet ook op gebied van stadsontwikkeling diepe kloven na, tot op de dag van vandaag. ‘Jetzt wächst zusammen, was zusammen gehört’, zei voormalig West-Berlijnse burgemeester en Bondskanselier Willy Brandt bij de hereniging van ´West´ en ´Oost. Zijn woorden zouden nog lang toekomstmuziek blijven: vanaf 2009 leek Berlijn pas echt samen te groeien - en te smelten - tot één stad.

Auteur: Paul de Bruijn

Vrijheid, maar weinig eenheid

Dat de Val van de Muur voor velen in Berlijn en Europa als een euforische gebeurtenis werd gevoeld, weten we. De onmenselijke scheiding van familie, vrienden en collega’s door een ondoordringbare barrière was eind 1989 ineens voorbij. Maar hoe snel er ook een politieke eenheid tot stand kwam, fysiek en psychologisch was eenheid ver te zoeken. De Muur had Berlijn in twee verschillende geestestoestanden gebracht. Waar het oostelijk deel van de stad zich telkens moest voegen naar de idealen van het socialistische model en de geopolitieke belangen van de Sovjet-Unie, schikte het westen zich naar de strategische belangen van het westerse bondgenootschap en naar de zegeningen van de markteconomie.


De Sovjets drukten, net als de Amerikanen, hun stempel op het gedeelde Berlijn. (beeld: Peter Bijl)

Vrijheid: het is een van de kenmerken waar Berlijn zo bekend om staat. (beeld: Peter Bijl)



Tweestrijd op alle vlakken

Twee strijdige ideologieën: veel groter kon het contrast in een pas herenigde stad niet zijn. In de 28 jaar van de tweedeling, die politiek gezien al inzette met de oprichting van de DDR in 1949, koos het ‘kapitalistische westen’ bovendien voor een andere inrichting van de samenleving dan het ‘socialistische oosten’. De opgave om, na het indalen van het besef dat Berlijn nu echt weer één stad was, de twee delen weer aan elkaar te hechten was immens. Twee ambtelijke systemen, voortgekomen uit twee tegenstrijdige wereldoriëntaties, een totaal opgesplitste infrastructuur, onder en boven de grond, twee economische stelsels, een winnaars- en verliezerssentiment: bij elkaar leken het onmogelijke barrières om te overwinnen.

 

Bovendien verkeerden beide steden (en beide landen) in het eerste jaar na de Val van de Muur in een staatskundig niemandsland. De grenzen (Berlijnse Muur en IJzeren Gordijn) waren weliswaar doorlaatbaar geworden en deels al verwijderd, formeel bestonden de beide staten - en daarmee dus beide Berlijnen - nog tot de formele Duitse hereniging op 3 oktober 1990. Pas vanaf dat moment kon Berlijn weer de stad als een geheel beschouwen.




Hoe Berlijn ooit een stad werd

Het streven om van Berlijn na 1989 weer 1 stad te maken, kon niet verbloemen dat haar ontstaansgeschiedenis niet alleen ‘recent’ is, maar ook tamelijk afwijkend van andere Europese hoofdsteden. Immers: de meeste steden kennen een historisch centrum - in Europa meestal in de Middeleeuwen ontstaan - die door hun groei min of meer ´concentrisch´ verder zijn gegroeid. De meeste concentrische steden zijn vandaag de dag herkenbaar aan het ringvormige wegenpatroon, dat nu meestal in gebruik is als binnenring voor het autoverkeer. Ook de grachtengordel van Amsterdam is een treffend voorbeeld.

 

Hoe anders is de situatie in Berlijn. Als bestuurlijke eenheid is de stad nog geen eeuw oud. Pas in oktober 1920 werd het toenmalige Berlijn, de snelst groeiende stad ter wereld, samengevoegd met diverse andere ‘steden’ die er omheen lagen: Neukölln, Schöneberg, Wilmersdorf, Charlottenburg, Lichtenberg en Spandau. Gecombineerd met talrijke Landgemeinden en Gutsbezirken leidde deze ´inlijving´ tot de stad Berlijn zoals we die tot op de dag van vandaag kennen. Met deze samenvoeging telde ´Groß-Berlin’ 3,8 miljoen inwoners, iets meer dan haar huidige inwonertal van 3,7 miljoen.

 

Wat voor deze groei zorgde? De periode van sterke industrialisatie, die plaatsvond in de tweede helft van de 19e eeuw. Berlijn groeide binnen enkele decennia van de Duitse hoofdstad tot een van de drie grootste steden ter wereld. De stad groeide in sneltreinvaart op gebied van bevolking en economische voorspoed, maar ook in de daarbij behorende sociale misstanden. Om zoveel mogelijk arbeiders te kunnen huisvesten, werden op vele plekken in Berlijn en daarbuiten huurkazernes gebouwd: dicht op elkaar gebouwde woningen, die zich vaak in de omgeving van de fabrieken bevonden. De Mietskazernen vormen nog altijd een belangrijk bestandsdeel van stadsdelen als Wedding, Kreuzberg en Prenzlauer Berg.


Kaart van Berlijn waar per stadsdeel wordt aangegeven wanneer het aan de stad is toegevoegd. 

Archiefbeeld  met de huurkazernes die Berlijn ruim een eeuw geleden zo bepaalden. 



Geen binnenstad, maar Mitte

Van een concentrische groei is, door deze razendsnelle groei en ´inlijving´ van naburige steden  in Berlijn nimmer sprake geweest. Waar in andere Duitse steden van een Innenstadt wordt gesproken, houdt Berlijn het op het neutrale Mitte. Ook is er nooit een volledige ringweg geweest. Alleen de zuidwestkant van de stad, rond het voormalige West-Berlijn, kent zo’n ontsluitingsweg. Het noordoosten, rondom het voormalige Oost-Berlijn, moet het nog doen met lokale door de stad lopende wegen.

 

Door de vele littekens die Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog achterlieten - naast zijn van oorsprong al decentrale stedelijke structuur -  kende de vers herenigde stad buitensporig veel gaten, spleten en tussenruimten. Berlijn kende na de Wende een overvloed aan stilgelegde rangeerterreinen (vaak van enorme omvang), vervallen industrie-terreinen, en onbenutte ruimten langs grote uitvalswegen.

De achterstand inhalen

Het eerste stedenbouwkundige plan (Flächennutzungsplan) dat na de hereniging in 1994 verscheen, stond in het teken van het weer samensmeden van alle boven- en ondergrondse infrastructuur. Alle voorzieningen bestonden namelijk (minimaal) in tweevoud: niet alleen kende Berlijn twee stadhuizen, ook waren er ineens te veel energiecentrales, ziekenhuizen, zwembaden, ondersteunende gemeentelijke diensten, politie- en brandweerkorpsen. En hoewel onzichtbaar, was de tweedeling ondergronds minstens zo omvangrijk als bovengronds. Riolering, elektriciteit, communicatie, metronetwerk: ze waren in de veertig jaar ´Oost´ en ´West´ allemaal grotendeels gesplitst geraakt.

 

Op woninggebied was er in de jaren na de hereniging sprake van aanzienlijke tekorten en onevenwichtigheden. Vooral voor de lagere inkomens bleef het aanbod van betaalbare woonruimte achter bij de behoefte. Er waren in de vroege jaren negentig naar schatting 15.000 verkrotte woningen en 42.000 ‘verborgen huishoudens’: gezinnen die wel ergens inwoonden maar geen zelfstandige woning hadden. Zo bestond in 1994 een acute woningbehoefte aan liefst 57.000 woningen - verkleining van het aantal personen per huishouden niet meegerekend.

 

In de grote woonwijken, met name in het centrale deel van ex-Oost-Berlijn (stadsdelen als Mitte, Friedrichshain en Prenzlauer Berg), was de kwaliteit van het woningenbestand gebrekkig tot slecht. Doordat de DDR zwakke inkomens wettelijk wilde beschermen, bestond er een jarenlang verbod op huurverhoging. Eigenaren van huurwoningen voelden hierdoor niet de behoefte om hun eigendom verder te onderhouden. Het gevolg: verkrotting.


Voormalig Oost-Berlijn in de jaren ´90: verval op iedere straathoek.

Op woongebied werd in Oost-Duitsland ingezet op nieuwbouw, vaak in de vorm van Plattenbau. (beeld: Peter Bijl)


Nieuw stedenbouwkundig plan

Het zijn slechts enkele voorbeelden die weergeven dat het repareren van de door de deling aangebrachte schade veel tijd en geld kostte. Over een overkoepelende stedenbouwkundige visie werd dan ook nauwelijks nagedacht. Het zou nog tot 2015 duren, voordat stad (tevens deelstaat) Berlijn de vorming van één stad bij het maken van een nieuw stedenbouwkundig plan (2015-2030) als uitgangspunt kon nemen. De tijd van puin ruimen en wonden helen was voorbij; ´optimisme´ en ´groei´ werden de nieuwe toverwoorden.


FNP ontwikkelingsplan

Het stedelijk ontwikkelingsplan heet in ambtelijk Duits het Flächennutzungsplan (FNP). Het eerste FNP verscheen in 1994, 5 jaar na de Val van de Muur. In 1999, 2004 en 2009 vonden in tussentijdse publicaties actualiseringen plaats. Het Flächennutzungsplan 2015 vat al deze tussentijdse aanpassingen samen - en kijkt voor het eerst vooruit naar nieuwe planningsopgaven.


Speerpunt voor de snelgroeiende stad werd woningbouw: veel en snel. Het Flächennutzungsplan 2015 (FNP2015) voorzag in de bouw van 137.000 woningen om aan vraag te kunnen voldoen. Er werd vooral ingezet op de bouw van woningen voor lager betaalden en gezinnen. Tussen 2010 en 2017 zijn ruim 64.000 woningen gerealiseerd, waarvan bijna de helft na 2015. Daarbij valt op dat het procentuele verschil ten opzichte van het jaar ervoor, elk jaar oploopt: van 0,2% meer woningen in 2011 (t.o.v. het voorgaande jaar) naar 0,8% in 2017 (t.o.v. het voorgaande jaar). Het tempo is, ondanks het imago van Bausenator Katrin Lompscher als ´niet-bouwende bouwsenator´, dan ook stevig opgevoerd. Maar of het rap genoeg is, blijft de vraag: de woningnood is de laatste jaren een van de meest brandende kwesties die de stad bezighoudt.  

 

Nu de stad groeit zijn de opties beperkt: waar bouw je nieuwe sociale woningen, scholen of kinderdagverblijven? De bizarre situatie doet zich dan ook voor dat de stad eerder verkochte, maar nog niet bebouwde grond, weer terugkoopt. Echter tegen de huidige, sterk opgedreven, marktprijzen. (zie ook artikel ‘Vastgoedhaaien’)

 

Op beleidsmatig vlak lijkt Berlijn zich in de bouwwoede niet blind te staren: de stad is zich ook bewust van de waarde van kwalitatief goede openbare ruimte.

Toch moeten de veelgeprezen Freiräume, die het herenigde Berlijn zo´n vrijdenkend karakter meegaven, er stilaan aan geloven. De plekken waar in de ´wilde jaren ´90´ spontaan georganiseerde party’s werden georganiseerd, en nu vaak buurttuintjes, parkjes of speelplaatsjes zijn ontstaan, komen door de verdichting van de stad plots in beeld voor bebouwing.

Bij het realiseren van zoveel woningen stuit de stad op haar grenzen en moet strijdige belangen en principes gaan afwegen. Vooral omdat het stedenbouwkundig laaghangend fruit - oude fabrieksterreinen, buiten gebruik gestelde begraafplaatsen, oude rangeerterreinen en de gronden onder de voormalige Muur -  vrijwel op is. Daarnaast heeft de stad in de decennia na de ´Val´ veel grond verkocht, om met de opbrengsten de aanzienlijke schulden te kunnen verkleinen.


Freiräume

Freiräume zijn een begrip in de Duitse ruimtelijke ordening. Het zijn ruimten die voor toekomstige ontwikkelingen gereserveerd zijn. Een deel is voortgekomen uit door oorlogshandelingen weggevallen woningen of woonblokken.

Berlijn bouwt, in grif tempo - ook in stadsdeel Schöneberg. (beeld: Peter Bijl)

Voordat het voetbalveld werd aangelegd, was er ´vrije´ ruimte op het terrein van het gebombardeerde treinstation Anhalter Bahnhof. (beeld: Peter Bijl)



Hoogbouw

Hoogbouw dan maar? Inderdaad. Het is iets dat in Berlijn relatief zelden voorkwam. Omdat er altijd voldoende ruimte was, was het stapelen simpelweg niet nodig. Dat wordt de komende jaren anders. Nu al wordt het ene na het andere plan bekendgemaakt voor hoogbouw. Hotels en luxe appartementencomplexen bepalen steeds vaker de Berlijnse skyline. De golf aan beleggingsgeld, op zoek naar rendement, is daarbij een aanjager.

 

Toch is Berlijn nog altijd niet dicht bebouwd. Nog altijd ademt de stad volop ruimte. Zo telt Berlijn momenteel 8.170 inwoners per km²: een laag aantal vergeleken met Parijs (18.570) en Londen (10.940 inwoners per km²). Echte (30+ etages) hoogbouw is er in de stad maar weinig. Ook flatbebouwing uit de DDR-periode, zoals veel te zien is in stadsdelen Lichtenberg, Marzahn en Hellersdorf, komt vaak niet veel hoger dan 20 etages. Maar tijden veranderen en staat op steeds meer locaties hoogbouw gepland. In de marges van verkeersknooppunten en openbaar vervoers-stations wordt gezocht naar bouwlocaties. Ook zijn er door de hele stad heen nog altijd ontelbare winkels en garages die maar 1 bouwlaag kennen: op vele van deze locaties gaat alsnog gestapeld worden. Wellicht dat Berlijn nieuwe inspiratie put uit het opmerkelijke bouwproject ‘Schlangenbader Straße’ in stadsdeel Wilmersdorf. Hierbij is een groot wooncomplex boven de snelweg gebouwd.


Wonen boven de Autobahn: Opvallend bouwproject in West-Berlijn (bron: Landesarchiv Berlin)

Marzahn-Hellersdorf: Hoogbouw aan de randen van het oude Oost-Berlijn (bron: Bundesarchiv)



Onzekerheid als constante

Dat Berlijn nog verder zal veranderen en groeien staat wel vast. Maar veel voorspellingen zijn niet uitgekomen. De 6 miljoen inwoners, voorspeld in de euforie na de Val van de Muur, zal de huidige generatie niet meer meemaken. Nu de groei van de toestroom naar Berlijn zelfs lijkt af te vlakken en een einde aan de vastgoedhausse onvermijdelijk dichterbij komt, is de toekomst allesbehalve zeker. Maar als er 1 constante factor is waarmee Berlijn weet om te gaan, dan is het wel onzekerheid. Een levende stad. Dat is het, dat blijft het.