· 

Berlijn: meer dan hoofdstad

© Peter Bijl


Macht én onmacht

Vanwege de cruciale betekenis van Duitsland voor Europa is het van belang om de Duitse politiek niet allen te volgen, maar ook om deze te doorgronden. Vanuit het centrum van de Duitse macht is dat al geen eenvoudige opgave, laat staan buiten de Duitse staatsgrenzen. STADTGEIST wil in in deze en komende edities (internationale) machtsstructuren in de Duitse hoofdstad ontrafelen. Dat behelst veel meer dan alleen het reilen en zeilen van Angela Merkel of andere kopstukken. We trappen af met met een grondige schets van de voornaamste veranderingen in politiek Berlijn sinds het einde van de Duitse deling.   

▬▬▬▬▬

Door Tom Bergrath


Berlijn is veel meer dan alleen regeringszetel van de vierde economie van de wereld. Deze stad is ook een Europees symbool. Ze staat voor veel grote politieke breuken en culturele omwentelingen van ons continent. In de afgelopen drie eeuwen was Berlijn de hoofdstad van achtereenvolgens Pruisen (1701-1918), het Duitse keizerrijk (1871-1918), de Weimar Republiek (1919-1933), het Derde Rijk (1933-1945); de DDR (Oost-Berlijn, 1949-1990) en, op dit moment, de Bondsrepubliek. Ingebed in autoritaire, totalitaire én democratische politieke systemen heeft metropool Berlijn steeds weer brandstof geleverd voor conflicten en ideologische botsingen in de recente Europese historie.

Na het einde van de Koude Oorlog en in het bijzonder tijdens de Eurocrisis heeft Duitsland zich (weer) ontpopt als een belangrijke speler op het geopolitieke toneel. Hoe is die politieke gewichtstoename van 'Berlijn' tot stand gekomen? Om die vraag te kunnen beantwoorden hoeven we niet eens heel ver de geschiedenis in te duiken. Minder dan drie decennia volstaat. 




Hereniging?

Het vallen van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 opende de poort naar de Duitse hereniging. Die hereniging ging razendsnel en vond nauwelijks een jaar later al plaats: op 3 oktober 1990. 'Hereniging'? Het is een ambivalente term. Hoewel ze zeker de emoties van dat moment uitdrukte, ging het in feite meer om de wettelijke opname van het grondgebied van de gestorven DDR in het staatkundige systeem van de Bondsrepubliek. De Wiedervereinigung was zodoende eerder een Beitritt

De Duitse eenwording had begin jaren '90 een directe mondiale impact. Politieke en maatschappelijke transformatieprocessen in Europa raakten erdoor in een stroomversnelling. Het Oostblok - inclusief de ex-supermacht Sovjet-Unie - stortte in als een kaartenhuis, de EU (voorheen: EEG) kwam tot stand, werd vervolgens uitgebreid en kreeg - in de meeste landen - een gemeenschappelijke munteenheid. Na een eeuw die getekend en geketend werd door zijn wereldoorlogen, leken democratie en vrijheid een definitieve zege te hebben behaald. Dat die hoop eerder een illusie was, lieten de conflicten op de Balkan al snel zien. Maar dat is weer een ander verhaal.

Bonn óf Berlijn

De uitdijing van Duitsland liet in de rest van Europa al gauw de aloude 'Duitse vraag' bovenkomen. Was dit land in het centrum van het continent nu wel of niet té machtig? Zeker Parijs en Londen waren er niet gerust op. Zou een herenigd Duitsland de machtsbalans (opnieuw) kunnen verstoren - de toenmalige Franse president Mitterand meende dat Duitsland met zijn buitengewoon sterke economie beschikte over een 'atoomwapen'. De Duitse politiek zelf was op dat moment veel minder bezig met zulke geopolitieke kwestie; zij worstelde vooral met grote economische uitdagingen én bestuurlijke struikelblokken in eigen land. Helemaal bovenaan de agenda stond de Hauptstadtfrage, de vraag of het 'grote' Berlijn het 'kleine' Bonn moest vervangen als regeringszetel van de Bondsrepubliek. Een heikele kwestie. Waar het eenwordingsverdrag nauwelijks werd aangevochten, bracht de keuze 'Bonn' of 'Berlijn' juist een diepe politieke tweespalt aan het licht.   


Bonn... 

... Of Berlijn? © Peter Bijl



Keuze bepaalt toekomst

Het 'hoofdstaddebat' was emotioneel beladen. Het was veel meer dan een strijd tussen twee steden; het ging vooral ook om een richtinggevende keuze voor de toekomst. Of, zoals CDU-coryfee Wolfgang Schäuble het in zijn legendarische pleidooi vóór Berlijn als regeringszetel schetste: "Het gaat hier om de toekomst van ons allen, om onze toekomst in ons verenigde Duitsland, dat zijn eigen eenheid nog moet vinden, en om onze toekomst in een Europa, dat zijn eenheid moet realiseren." 

Voorstanders van Bonn hamerden op de bescheidenheid en harmonie die het stadje aan de Rijn uitstraalde. Met Bonn als hoofdstad was de Bondsrepubliek (BRD) vanaf zijn oprichting in 1949 een nieuwe weg ingeslagen. Na eerst een periode van ongekende economische groei (Wirtschaftswunder) in gang te hebben gezet, kon de BRD zich in de loop der jaren ontpoppen als een gerespecteerd lid van de internationale gemeenschap. Hoewel Duitsland in zijn nieuwe vorm weer een stuk groter was geworden, wilde het 'Bonn-kamp' niet meer afwijken van deze koers van stabiliteit en vrede. Behoud van de regering in Bonn zou hiervoor het symbool zijn.

De oude hoofdstad Berlijn stond bovendien, met dank aan zijn heftige historie, voor agressieve machtspolitiek, totalitarisme en internationaal isolement. Daarmee had het alle aanspraak verloren om regeringszetel te kunnen worden van een modern, democratisch en open Duitsland. Was getekend: het ´pro-Bonn-kamp´. 



Voltooien van hereniging

Voorstanders van een verhuizing naar Berlijn wezen eveneens op een symboolwerking, maar dan juist omgekeerd. Nergens was de deling tussen Oost en West en het verlangen naar eenheid zo scherp voelbaar geweest als in Berlijn; nergens beleefden de Duitsers de euforie na het vallen van de Muur zo intens als hier. Ja, Berlijn had zonder meer een zware historische erfenis. Maar ze stond ook voor de drang naar vrijheid en democratie: al helemaal sinds de herfst van 1989, toen het Oost-Duitse volk na maandenlange protesten door de Muur brak. Alleen met een duidelijke keuze voor Berlijn zou de hereniging van Oost en West een echte zijn. Aldus het 'pro-Berlijn-kamp'.

Ondanks de steun van politieke zwaargewichten als Willy Brandt en Helmut Kohl - plus een jonge Angela Merkel - won Berlijn uiteindelijk slechts met een banddikte verschil. Na een historisch debat op 20 juni 1991 was het de bijna krapst mogelijk meerderheid in het Duitse parlement - 18 stemmen verschil op een aantal van 658 - die besliste dat regering en parlement naar Berlijn zouden verhuizen.

Bundesstadt vs Hauptstadt

Toch heeft de Duitse regering nooit volledig de stekker uit Bonn willen trekken. Het Berlin/Bonn-Gesetz van 1994 bepaalde dat de Rijnstad een officieel bestuurlijk centrum zou blijven. Vandaag de dag is een groot aantal ministeries en (internationale) politieke instellingen nog altijd in Bonn gevestigd, evenals duizenden federale ambtenaren. Bonn is dan weliswaar geen Hauptstadt meer,  ze mag zich nog altijd Bundesstadt noemen.  

Het Hauptstadtbeschluss van 1991 maakte de weg vrij om van Berlijn een moderne hoofdstad te maken. De door oorlog en deling gehavende stad ging volledig op de schop. De verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog en later de Berlijnse Muur hadden in de stadsdelen Mitte en Tiergarten -waar voor de oorlog het politieke hart van de stad had geklopt - een ruimtelijk vacuüm achtergelaten. Wie deze stadsdelen in de jaren ´90 heeft bezocht, herkent vandaag de dag bijna niets meer.


De koepel van de Reichstag staat  - meer dan welk gebouw dan ook - voor de herrijzenis en vernieuwing van Berlijn als hoofdstad van het ´nieuwe´ Duitsland. © Peter Bijl


Metamorfose

Voor deze makeover van Berlijn als hoofdstad zijn vanuit de federale overheid (de Bund) miljarden marken en euro's geïnvesteerd. Voor de uitvoering van politieke en representatieve functies werd én wordt een deel van het verwoeste historische stadscentrum weer gereconstrueerd. In een cirkel van twee kilometer rondom de Brandenburger Tor is een mondain regeringscentrum ontstaan met eigentijdse ministeries en parlementsgebouwen. Het is een schril contrast met dertig jaar geleden: toen stond die monumentale stadspoort nog gevangen in het Niemandsland tussen de omheiningen van de Berlijnse Muur.  

Is Berlijn ooit af?

Na jaren van stilstand en achteruitgang, kan op zijn minst gezegd worden dat de stad weer functioneert. In economisch en infrastructureel opzicht verloopt dit functioneren misschien nog niet vlekkeloos (lees hierover ook in het artikel over de veranderingen van de laatste 10 jaar), als politiek centrum heeft Hauptstadt Berlin zonder meer zijn vorm gevonden.

FINANCIERING VAN HOOFDSTAD BERLIJN

Hoofdsteden kosten geld, doordat ze bijzondere regeringsfuncties uitvoeren. Berlijn heeft de Duitse staat de afgelopen drie decennia zelfs een fortuin gekost. Hoeveel geld er precies naar Berlijn ging? Daarover lopen de schattingen lopen sterk uiteen. De verhuizing van Bonn naar Berlijn betekende niet alleen dat er onderkomens gebouwd moesten worden voor ministeries en parlement, maar ook dat de Berlijnse infrastructuur drastisch verbeterd moest worden. Tegelijkertijd openbaarde zich in de jaren ´90 al snel de uiterst zwakke economische basis van de Berlijnse economie. Die economische situatie is iets waarvoor de stad vandaag de dag nog altijd financiële injecties ontvangt.

                Een groot deel van deze extra hoofdstedelijke kosten valt onder het programma Aufbau Ost; een verzameling van macro-economische maatregelen om de productiviteit en levensstandaard in het productiviteit en de levensstandaard in 'het Oosten' gelijk te trekken aan die van 'het Westen'. In 2019 loopt dit programma af. Een belangrijke pijler vormt de Länderfinanzausgleich; een instrument van de Duitse federale staat om via herverdeling deelstaten met lage belastingopbrengsten te ondersteunen. Berlijn is met afstand de grootste netto-ontvanger van dit geld (zie grafiek hieronder). Deze regeling zal in 2020 vervangen door een nieuw systeem.   

Berlijn gold jarenlang als de grootste bouwput van Europa: een stad die beheerst werd door stof, modder en overtollig grondwater. Plus kranen, kranen en nog eens kranen. Hoewel vele afzonderlijke projecten zijn afgerond, is het bouwen van deze 'nieuwe' hoofdstad een mammoetopgave: bijna 30 jaar na het einde van de DDR, wordt er nog steeds met man en macht aan gewerkt. Is Berlijn ooit af? We zijn niet de enigen die het zich regelmatig afvragen. 

Berlijn in eigen land

De zorgelijke economische toestand van Berlijn is in het publieke debat de afgelopen twee decennia een telkens terugkerend thema geweest. Zo publiceerde de Deutsche Nationalstiftung, opgericht in 1993 om het samengroeien van Oost en West te bevorderen, in 2003 de uitgave Berlin - was ist uns die Hauptstadt wert?. Verschillende politieke kopstukken, beleidsmakers en wetenschappers wierpen hun blik op de hoofdstad, ruim een decennium na de hereniging. 

Een van hen was oud-bondskanselier Helmut Schmidt (1918 - 2015). In zijn bijdrage benadrukte Schmidt de principiële juistheid van de keuze voor Berlijn als hernieuwde politieke hoofdstad. Tegelijk uitte hij tegelijk grote zorgen over de uiterst zwakke economische basis van de stad, alsmede de financiële positie, die - zeker op dat moment - extreem kritisch te noemen was. Schmidt waarschuwde dat dit onvermogen van Berlijn om op eigen benen te kunnen staan ´de nationale, culturele uitstraling van de stad volledig zou kunnen ondergraven.´ 


Met name rijke deelstaten uit het zuid-westen van Duitsland hebben veel kritiek op de 'Länderfinanzausgleich'. De bovenstaande grafiek laat duidelijk zien waarom. 3 deelstaten (Beieren, Baden-Württemberg, Hessen en Hamburg) zijn grote netto-betalers, de meeste andere - met Berlijn ver voorop - netto-ontvangers. Het verklaart waarom in grote steden als München, Stuttgart en Frankfurt veel inwoners van mening zijn dat ze 'voor Berlijn betalen'.


Het was het moment dat de economische problemen in Duitsland niet alleen in de hoofdstad lagen. Dat heel Duitsland aan het begin van deze eeuw met een beduidend hogere werkeloosheid kampte dan nu, leverde het land vlak na de eeuwwisseling zelfs de bijnaam ´zieke man van Europa´ op. Helmut Schmidt wees ook op de dringende noodzaak van hervormingen, beleidscorrecties en dereguleringen: deze zouden veel ingrijpender moeten worden, dan de Duitse regering tot op dat moment voorgenomen had.

Zonder politieke wil en moed voor veranderingen op nationaal niveau zou, zo alarmeerde Schmidt, de financiële malaise in Berlijn niet kunnen worden opgelost. De oud-Bondskanselier had de vinger aan de pols. Al waren de effecten van de Agenda 2010, het door de regering-Schröder tussen 2003 en 2005 doorgevoerde pakket van grootscheepse hervormingen van het sociale zekerheidsstelsel en de arbeidsmarkt, op dat moment nog niet zichtbaar. 

Bedroevende economie

Een groot deel van de schuld voor Berlijns bedroevende financiën lag ook bij de lokale politiek, die jarenlang geld over de balk had gesmeten. Het gevolg: een astronomisch hoge schuldenberg. Voor Helmut Schmidt, van huis uit econoom, was deze onverantwoordelijke verspilling van overheidsgeld desastreus voor alle vertrouwen in het Berlijnse bestuur. De bereidheid bij de andere deelstaten om voor Berlijn te blijven 'betalen' zou daardoor drastisch afnemen. Gevolg: een neerwaartse spiraal. Een dalend vertrouwen in de politieke elites van de hoofdstad zou een groeiende afkeer en afnemende acceptatie van Berlijn als hoofdstad betekenen - en daarmee funest zijn voor de stabiliteit van het Duitse politieke systeem. Aldus Schmidt. 


Restanten van het ooit zo trotse Palast der Republik in ex-Oost-Berlijn, in 2006. © Peter Bijl

Toen Duitsland in 2006 het WK voetbal hostte, was de economische statistieken beduidend slechter dan nu. © Peter Bijl



Bestuurlijke tweespalt

Veel Duitsers associeren Berlijn met bestuurlijke zwakte, ook nu het jarenlange saneren en inkrimpen van overheidsuitgaven effect laat zien. Er gaat nauwelijks een week voorbij of de landelijke Duitse media (die in de regel opereren vanuit 'concurrerende' grote steden als Hamburg, Frankfurt en München) pakken uit over falend beleid, vastgelopen bouwprojecten en schandalen.            

Een ander probleem voor de positie van hoofdstad Berlijn was terug te voeren op het Berlin/Bonn-Gesetz, het compromis dat in '94 gesloten werd tussen Berlijn en Bonn. "Berlijn kreeg de duidelijke opdracht de hoofdstad van het herenigde Duitsland te zijn," vertelde jurist en CDU-veteraan Kurt Biedenkopf in diezelfde boekuitgave. "Maar zo helder als de opdracht was, zo open en onaf was de uitvoering ervan." Als politiek centrum was Berlijn onomstreden. Maar de deling van hoofdstedelijke functies met Bonn was volgens Biedenkopf een symbool van besluiteloosheid; het voorzetten ervan zou de volledige acceptatie van de hoofdstad door alle Duitsers bemoeilijken. Zolang Bonn nog Bundesstadt is, zal Berlijn als politieke hoofdstad volgens Biedenkopf niet ´af´ zijn.  

Imagoschade

De bespiegelingen van Schmidt en Biedenkopf dateren uit 2003. Vijftien jaar later is er in de economische positie van de hoofdstad genoeg veranderd. De lokale economie heeft zich duidelijk verbeterd: de stad Berlijn kan weer schulden aflossen zonder nieuwe te maken. Toch heeft de financieel-economische malaise van destijds het imago van Hauptstadt Berlijn blijvend beschadigd.  

In 2017 omschreef de prestigieuze krant Die Welt Berlijn als een 'soort failed state'. Hoop op verbetering biedt de berichtgeving zelden; het versterkt het hardnekkige beeld dat Berlijn - ondanks de aanwezigheid van de federale politiek - niet functioneert en niet op eigen benen kan staan. Voor de rest van Duitsland blijft Berlijn een zorgenkind.




Internationale bühne

Beleidsmakers en analisten uit de rest van Europa kijken ondertussen vooral met verwachtingen en zorgen naar Berlijn. Voor hen spelen interne Duitse strubbelingen nauwelijks een rol, zij kijken vooral naar het handelen van de Duitse regering op de internationale bühne. Alwaar de eeuwige paradox weer boven komt drijven: zorgt de macht van 'Berlijn' voor stabiliteit in Europa, of juist instabiliteit? 

Hoe anders was dit tijdens de Koude Oorlog. Het gedeelde Berlijn was weliswaar een symbool, de supermachten VS en Sovjet-Unie bepaalden in Europa de geopolitieke regels. De communistische regering in Oost-Berlijn liep aan de leiband van Moskou. De West-Duitse regering in Bonn had weliswaar meer internationale bewegingsruimte, maar ook niet buiten de paraplu van de Amerikanen. Deze houding bood ook comfort: Duitsland kon afzijdig blijven bij mondiale conflicten en politieke verantwoordelijkheid afschuiven. 

"Nein" tegen de VS

Sinds de laatste Amerikaanse inval in Irak (2003) is het internationale politieke gewicht van Duitsland - en daarmee van zijn hoofdstad - echter zichtbaar toegenomen. De toenmalige Duitse regering - onder aanvoering van Gerhard Schröder en Joschka Fischer, de groene minister van Buitenlandse Zaken - liet een duidelijk Nein! horen op het Amerikaanse verzoek voor deelname aan de oorlog tegen Saddam Hoessein. Het is een antwoord dat een nieuw internationaal bewustzijn van 'Berlijn' liet zien. Een antwoord dat bovendien ondenkbaar was geweest voor 1990, toen Berlijn 'gewoon' nog een door de geallieerden bezette stad was. 




Economische macht

De Griekse schuldencrisis van 2010 liet duidelijk de nieuwe macht van Duitsland zien: deze berust bij uitstek op economische kracht, niet op een sterk leger. Zeker in Griekenland - waar Merkel maar wat graag mét Hitlersnor werd geportretteerd - riep dit sterke Duitsland herinneringen op aan de Tweede Wereldoorlog. Italiaanse journalisten bestempelden het Duitsland van Angela Merkel ondertussen als het 'Vierde Rijk'. Ook in Frankrijk bestonden grote zorgen of Duitsland met zijn spaarpolitiek niet een nieuwe variant van machtspolitiek á la Bismarck of Kaiser Wilhelm II bedreef.

Militaire zwakte

Hét verschil met Duitse keizerrijk (1871 - 1918): het huidige Duitsland heeft geen bedreigend militair apparaat meer. De gebrekkige staat van het eigen leger en de traditionele terughoudendheid brengen de Bondsregering steeds weer in verlegenheid. In de internationale veiligheidssector wordt dat snel als zwakte gezien. In het eigen land bestaat - vooral ingegeven door de eigen historische ervaringen - nauwelijks politiek draagvlak voor deelname aan militaire operaties in internationale crisisgebieden. 

In de oorlogen in Afghanistan en Libië (2011) heeft Berlijn zich steeds in diplomatieke bochten gewrongen om de eigen soldaten zo beperkt mogelijk in te hoeven zetten - tot onvrede van andere NAVO-leden. De druk om de inzetbaarheid van de Bundeswehr te vergroten neemt toe, ook vanuit eigen land. De vorige Bondspresident Joachim Gauck riep in 2014 al op tot meer Duits militair engagement in de wereld.      

Kordaat handelen

Als de sterkste economie in de Eurozone vervult de Duitse regering die internationale sleutelrol wel. Met name de Oekraïne-crisis (2014) en het vluchtelingenvraagstuk (2015) hebben dat nog maar eens bevestigd. Deze nieuwe Duitse macht dwingt de Duitse regering tot kordaat handelen. Voor schitteren door afwezigheid is geen ruimte - iets waar de rest van Europa en Washington in crisissituaties de Duitse regering maar wat graag op wijzen. 

Barack Obama heeft tijdens zijn laatste officiële ontmoeting met Merkel, kort voor het einde van zijn presidentschap, benadrukt in Merkel de belangrijkste vertegenwoordiger van de liberale westerse wereld te zien. Het is een opgelegd leiderschap dat Angela Merkel en vele Duitsers met haar niet bepaald omarmen. Het is bovendien een situatie die veel onzekerheid oproept, zeker nu Obama´s opvolger veel zekerheden in de mondiale politiek omver heeft getrapt.



Dienend Duits leiderschap

Met het aanstaande Britse vertrek uit de EU, wordt de positie van Duitsland in Europa nog dominanter. Het is in politiek Berlijn niet per se reden voor vreugde, eerder voor extra zorgen: Duitsland heeft een gelijkwaardige partner minder om de lasten van het leiderschap te kunnen delen. Wel is het met aan de macht treden van Emmanuel Macron de hoop gestegen dat Parijs de wat verroeste oude as met Berlijn weer nieuw leven inblaast om gezamenlijk nieuwe initiatieven voor de toekomst van de EU te kunnen ontplooien.

Hoe Duitsland die leidinggevende rol, al dan niet aangedreven door een Frans-Duitse as, in de nabije toekomst gaat vormgeven? Het biedt, zeker na Merkel´s recente besluit de politiek na haar termijn als Kanzlerin vaarwel te zeggen, stof tot nadenken. In het boek Führungsmacht Deutschland (2017) stellen L.Mangasarian en J. Techau het concept ´Servant Leadership' voor.  Dienend Duits leiderschap is de enige garantie voor vrede, stabiliteit en duurzame democratie in Europa, aldus Magasarian en Techau. De Duitse regering zal daarvoor wel zijn traditionele terughoudendheid op het mondiale toneel moeten afwerpen en de sterk uiteenlopende belangen van de Europese partners veel beter moeten doorgronden.      

Lot van Europa

William Drozdiak, politiek analist én transatlanticus laat in zijn boek Fractured Continent (2017) de toekomst vooral afhangen van het leiderschap van Angela Merkel. Hij ziet geen alternatieven voor haar op de korte termijn. Merkel heeft sinds de bankencrisis van 2008 het machtvaccuüm opgevuld dat ontstaan is door de relatieve verzwakking van Frankrijk en Groot-Brittannie. De oude Duitse vraag, die ook een deel van de vorige eeuw bestempelde, is door deze nieuwe dominantie volledig terug. "Deze keer gaat het er echter niet meer om of Duitsland nu te sterk of te zwak is. Het lot van Europa zal immers grotendeels in Berlijn bepaald gaan worden".


Het lot van Europa wordt volgens menig analyticus bepaald in Berlijn. © Peter Bijl


Meer dan Merkel

In het communistische tijdperk was altijd duidelijk wie de macht had in de hoofdstad van de DDR, Oost-Berlijn. Die Partei hat immer Recht, zweerden de bonzen van de Socialistische Eenheidspartij (SED) in de DDR. Om het gelijk af te dwingen was een speciaal ministerie - de beruchte Stasi - opgericht als schild én zwaard van de partij. Aan de andere kant van de Muur, in West-Berlijn, heerste het gevoel in het vrije deel van de stad te wonen. Toch was die vrijheid zeer relatief. Tot 3 oktober 1990 stonden de West-Berlijners feitelijk nog onder de controle van de bezettende machten, de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

De machtsstructuren in het Berlijn van nu zijn veel lastiger te duiden. Angela Merkel mag als 'machtigste vrouw ter wereld' dé blikvanger en hét (inter)nationale uithangbord van Duitse politiek zijn, ze is natuurlijk geen alleenheerser. Politiek wordt nu eenmaal niet gemaakt door één persoon plus een handjevol ministers. De wereld is niet te ordenen in ´zij die regeren´ en ´zij die geregeerd worden´ - en in onze moderne netwerkmaatschappij al helemaal niet. 

Vierde macht

Net als in Brussel, Londen en Washington zijn het juist de (internationale) netwerken die in het Berlijnse politieke landschap dagelijks, op verschillende niveaus en in uitlopende vormen, politiek maken en ideeën ontwikkelen. In die netwerken is de politieke pers dé onmisbare schakel. In vergelijking met de overzichtelijke situatie in Bonn destijds, is het medialandschap in de 'nieuwe' hoofdstad Berlijn kolossaal. Duizenden journalisten, talloze nieuwsdiensten en newsrooms pompen dagelijks onvoorstelbare hoeveelheden politiek 'nieuws' vanuit de Berlijnse bubbel de rest van de wereld in. Dit 'apparaat' bestempelt zich maar wat graag als ´de vierde macht´ in de Duitse democratie.

Vijfde macht

Nauw verbonden met deze hoofdstedelijke pers, is ook de zogenaamde 'vijfde macht'. Deze wordt gevormd door een leger van duizenden lobbyisten, PR-adviseurs en communicatie-adviseurs die voor hun opdrachtgevers (vaak grote multinationals) het politieke proces in Berlijn beïnvloeden. Hun methodes daarvoor lopen uiteen: van grootschalige mediacampagnes, via interne rapporten tot het leggen van persoonlijke contacten met bestuurders en volksvertegenwoordigers in wandelgangen, achterkamertjes en restaurants.


Literatuur op het gebied van machtsstructuren in en rond hedendaags politiek Duitsland. © Peter Bijl

Veel meer dan een toeristische attractie: de omgeving van de Pariser Platz vormt het hart van de politieke lobbycultuur in hoofdstad Berlijn. © Peter Bijl



Deze 'vijfde macht' is geconcentreerd tussen Reichstag, Brandenburger Tor en Unter den Linden. Op loopafstand van de beleidsmakers in het parlement, de ambassades en de ministeries hebben onder meer Facebook en Google een kantoor voor hun lobbywerk in de Duitse hoofdstad geopend. In de straten om hen heen vinden we vertegenwoordigers van energieconcerns, wapenproducenten, de auto- en de tabaksindustrie. 

Volgens lobbywaakhond LobbyControl is Berlijn na Brussel en Washington wereldwijd de stad met het grootste aantal lobbyisten. Al moet worden gezegd dat het hier om schattingen gaat: in Duitsland hebben lobbyisten namelijk geen registratie-plicht. Voor LobbyControl vormt dit niet alleen een barrière voor transparante besluitvorming, maar ook een voedingsbodem voor corrupte praktijken. 

Invloed

Behalve multinationals zien ook NGO's, vakbonden, politieke stichtingen en internationale instellingen in Berlijn in toenemende mate een strategisch strijdtoneel om de Europese publieke opinie en de politieke agenda te kunnen beïnvloeden. Het aantal denktanks in de Duitse hoofdstad is de laatste jaren enorm toegenomen. De meest belangwekkende is George Soros´ Open Society Foundation, de wereldwijd grootste financier van initiatieven op het gebied van mensenrechten en democratie: het Centraal-Europese hoofdkantoor verhuisde, mede ingegeven door politieke druk, van Boedapest naar Berlijn. 



Stabiliteit

Hoewel de 'vierde' en 'vijfde macht' steeds meer de politieke gang van zaken in politiek Berlijn aansturen, soms ook dicteren - blijft de Bondsregering een onverminderd grote factor van betekenis. Is die solide en daadkrachtig, dan zijn  is het vertrouwen in binnen- en buitenland in de stabiliteit van Europa groter. En solide is de Duitse regering ondanks alles crisissituaties, kritiek en speculatie onder Angela Merkel al die jaren wel geweest. Daadkrachtig toonde ze zich vaak alleen op die momenten dat ze de sterke, Duitse economie als breekijzer kon inzetten. 

Hoewel het politieke proces in Europa door veel meer factoren wordt bepaald dan alleen Angela Merkel, heeft zij als politiek leider van de grootste Europese economie een niet te onderschatten symboolfunctie. De Duitse Europese politiek onder haar aanvoering is er in ieder geval op gericht geweest de stabiliteit in Europa te bewaren, kostte wat kost. Of die politiek een succes was en niet juist een tegengesteld effect heeft gehad, is weer een hele andere vraag.  

Einde tijdperk

Het tijdperk-Merkel loopt ten einde. Het dagelijkse mediacircus in het Regierungsviertel besteedde de laatste maanden overuren aan de kwestie wie Merkel als leider van de CDU (en daarmee mogelijk ook als Bondskanselier) opvolgt. Alle kandidaten waren sterk geworteld in het Berlijnse politieke ecosysteem. Lange tijd leek de belangrijkste kandidaat Friedrich Merz, een ervaren politicus die onder meer in verbinding staat met de invloedrijke Stiftung Marktwirtschaft - een conservatief-liberale, Berlijnse denktank. Uiteindelijk kwam hij net te kort tegen Annegret Kramp-Karrenbauer, tot dat moment secretaris-generaal van de CDU en voormalig minister-president van de deelstaat Saarland (update, 08.12.18).

Mondiaal trefpunt

Berlijn is een zenuwcentrum van Duitse en Europese politiek. Ook wereldwijd telt de stad weer mee. Het Berlijn van nu heeft dan wel (bij lange na) niet de economische slagkracht en het kapitaal van financiële metropolen als New York, San Fransisco of Shanghai, de stad is wel degelijk een mondiaal trefpunt geworden voor politieke kwartiermakers, intellectuelen, culturele ondernemers en besluitvormers.

Het Berlijnse politieke ecosysteem bestaat uit een wirwar van netwerken, met internationale vertakkingen, die via een veelheid aan mediale uitlaatkleppen, events en congressen een platform zoeken voor meningen, opvattingen en beleidsvoorstellen. Hier ontstaat Europese politiek. Het is de politieke Hauptstadt van Duitsland. En van ver daarbuiten.


PS: In de nog te verschijnen STADTGEIST-edities 2 en 3 zullen we de (internationale) machtsstructuren in het Berlijnse Regerierungsviertel nog verder ontrafelen.