· 

Herdenken is cultuurpolitiek

© Peter Bijl


Gedeeld verleden, verdeeld verleden

Op de Duitse herdenkingskalender prijken meer jubilea dan ooit tevoren; de draaiboeken voor de herdenkingen van de Wereldoorlogen, de Holocaust en het einde van de Duitse deling worden dikker en dikker. Zeker daar waar historie onder een vergrootglas ligt, in de hernieuwde hoofdstad Berlijn. Volgens historicus Edo Schreuders viert de Erinnerungskultur hoogtij. Opmerkelijk: deze opwaartse trend richting een 'nieuwe' gedeelde historie begon in 1987, toen de Muur nog stond. 

▬▬▬▬▬

Door Edo Schreuders


Herdenkingsevenementen gaan niet alleen over het verleden, maar zijn ook een vorm van politiek bedrijven in het heden. Een goed voorbeeld in de recente Berlijnse geschiedenis daarvan is de viering van het 750-jarige bestaan van de stad in 1987 (het jaar 1237 geldt als het stichtingsjaar van Berlijn). De Berlijnse Muur deelde de stad nog in Oost en West; ieder deel organiseerde het jubileum op eigen wijze. 

In Oost-Berlijn vond de viering plaats onder het gevleugelde motto Stadt des Friedens met als hoogtepunt een propagandistische parade, de Siegeszug des Sozialismus nabij de Alexanderplatz. In West-Berlijn waren de festiviteiten niet minder politiek gekleurd. De Amerikaanse president Ronald Reagan hield er een omstreden, historische toespraak met de Muur én de Brandenburger Tor als symbolisch decor: "Mr Gorbachev, tear down this wall".  




Tour de France in Berlijn

Ook topsport was een politiek wapen in de Koude Oorlog. Zeker in Berlijn, de gespleten frontstad van dat conflict en al helemaal in dat beladen jubileumjaar 1987. Uitgerekend West-Berlijn was gastheer voor de proloog (gewonnen door Jelle Nijdam) en twee etappes, West-Berlijn - West-Berlijn en West-Berlijn - West-Berlijn (waarvan de eerste gewonnen werd door Nico Verhoeven) van de Tour de France.

Eén van ´s werelds grootste sport-evenementen prominent in West-Berlijn? Dat was natuurlijk een provocatie aan de andere kant van de Muur, in de DDR. Honecker & Co reageerden met een verbod van een doortocht door Oost-Duitsland. Voor de renners, onder wie ook de latere winnaar Stephen Roche, betekende dat een opmerkelijk vroege 'rustdag', al op de vierde dag van de ronde. De tourkaravaan trok in dit geval per geval per vliegtuig verder naar het West-Duitse Karlsruhe voor etappe 4.

Overigens had aan de andere zijde van de Muur eerder dat jaar ook de 40e editie van de Internationale Friedensfahrt plaatsgevonden, de 'Tour de France van het Oosten'. De Nederlander Johannes Draaijer won twee etappes, toch mooi voor de sportalmanakken. 




Spanningen aan de Muur

Een dieptepunt van het 750-jarig jubileum vond plaats in de week voor Reagans bezoek aan West-Berlijn, met dezelfde directe omgeving als decor. Bij een serie openluchtconcerten van westerse popsterren als David Bowie, Eurythmics en Genesis, op het veld voor de Reichstag (West-Berlijn), probeerden duizenden jonge Oost-Berlijners hongerig naar vrijheid en westerse muziek, op afstand van het concert mee te genieten. Toen ze massaal probeerden zo dicht mogelijk bij de Muur te staan, ontaardde dit in een harde confrontatie met de Oost-Duitse ordediensten. Honderden muziekliefhebbers werden op hardhandige wijze gearresteerd. Het incident maakte de spanningen tussen Oost en West nog eens op dramatische wijze duidelijk - net als de borrelende onrust in de DDR.   

De DDR zag echter de magnetische kracht in die westerse popsterren uitoefenden op de massa. In september 1987 organiseerde ze dan ook een speciaal ´Concert voor de Vrede´ in hoofdstad Oost-Berlijn: Bob Dylan speelde voor 70.000 Oost-Duitsers in het Treptower Park. Dat zijn concert eigenlijk voor West-Berlijn (Waldbühne) gepland stond, maar de kaartverkoop bedroevend liep, werd er door de staat niet bij verteld. Door Dylan evenmin.   

Nog geen 2,5 jaar later na de bezoekjes van Reagan, Bowie en het Tourpeloton viel de Berlijnse Muur en werden beide Duitslanden in sneltreinvaart weer één. Het 775-jarige jubileum van Berlijn (2012) had dan een beduidend ander karakter, bijna een kwart eeuw na het einde van de Koude Oorlog. Een uitgelezen kans ook voor het hedendaagse Berlijn om zich onder het motto Stadt der Vielfalt nog maar eens te presenteren als een kosmopolitische metropool.

Nieuwe omgang met verleden

Op landelijk niveau vindt deze houding haar weerslag in een open en confronterende omgang met het verleden. Toen Duitsland begin jaren '90 vers herenigd was, kwam het voor ontelbare nieuwe uitdagingen te staan. Zo ook op het vlak van 'collectieve' geschiedenis: voor twee bevolkingen die ruim veertig jaar opgroeiden met andere ervaringen en perspectieven, moes na 1990 ook een gemeenschappelijk Duits verleden gezocht worden.

Vanzelfsprekend neemt de herinnering aan de DDR na 1990 een belangrijke plaats in. Hierbij valt te denken aan thema's als omgang met de Stasi-dossiers en met de Berlijnse Muur. Bij het 20- en 25-jarige jubileum van de Val van de Muur werd in Berlijn bijzonder uitgebreid stilgestaan. Voorbereidingen voor het 30-jarig jubileum, volgend jaar, zijn achter de schermen al in volle gang.


Blikvanger van het 25-jarig jubileum van de Val van de Muur was de 15 kilometer lange installatie Lichtgrenze met 8000 witte ballons langs het traject van de Muur. © Peter Bijl

Bij het vallen van de schemering kwam het verloop van de Muur een weekend lang opnieuw in zicht, maar dan in licht. © Peter Bijl



Tegelijkertijd blijft ook de periode van nazi-Duitsland een belangrijk ijkpunt voor de collectieve herinnering. Sterker nog: na de Val van de Muur is de aandacht voor het tijdperk 1933-1945 aanzienlijk gestegen. Juist in het herenigde Duitsland en in het bijzonder zijn nieuwe hoofdstad, zijn talloze nieuwe herdenkingsplekken ontstaan. Typerend voor Berlijn is dat deze nieuwe monumenten voor slachtoffers van het nationaal-socialisme stuk voor stuk in de directe omgeving van de oude grens tussen Oost en West staan.

Het Denkmal für die ermordeten Juden Europas - het Holocaustmonument (2005) - staat zelfs 'in' de voormalige Todesstreifen van de Berlijnse Muur. Voor veel bezoekers van deze publieksmagneet symboliseert deze plek de openbare confrontatie van het 'nieuwe' Duitsland met de misdaden van het Derde Rijk. Soortgelijke uitdrukkingen van gesamtdeutsche geschiedenis zijn de herdenkingsplekken voor homoseksuelen (2008), Sinti en Roma (2012) en gehandicapten (2014). Deze monumenten staan allen op een steenworp van het veel bekendere Holocaustmonument. Stuk voor stuk pal aan de voormalige Muur dus. Overigens alle aan de westelijke kant ervan. 


Het Holocaust Monument is het meest bezochte - en gefotografeerde - oorlogsmonument in Berlijn geworden. © Peter Bijl

Enkele honderden meters verder, aan de andere rand van het park Tiergarten, is het T4 Monument, ter nagedachtenis aan de door de nazi´s vermoorde gehandicapten, minder bekend. © Tom Bergrath



Deze uiteenzetting met het Derde-Rijk-verleden (de Duitsers hebben er het mooie woord Vergangenheitsbewältigung voor) is echter niet iets dat pas opdook na de hereniging van 1990. Tijdens de eerder genoemde viering van 750 jaar Berlijn speelde het thema, aan de westkant van de stad tenminste, al een prominente rol.



1987 als breukjaar

Het thans zo druk bezochte documentatiecentrum Topographie des Terrors richtte in 1987 zijn eerste tentoonstelling in, op het - op dat moment nog braak tegen de Muur liggende - voormalige terrein van de hoofdkwartieren van Gestapo en SS in de Niederkirchnerstraße. De destijds verschenen eerste boekpublicatie van Topographie des Terrors spreekt passend over 'De terugkeer van het verdrongene.'

Een jaar later begon, op initiatief van journaliste Lea Rosh, de openbare discussie om op dezelfde locatie een officieel monument op te richten, ter nagedachtenis aan de massaal door de nazi's vermoorde joden. Dit publieke debat zou uiteindelijk uitmonden tot de bouw van het hierboven genoemde Holocaustmonument. Tijdens het losbreken van die discussie prijkte op die locatie dus nog een ander bouwwerk: de Berlijnse Muur.  


Topographie des Terrors: Tegenwoordig is het een van de meest bezochte plekken in Berlijn op het gebied van WO2. © Peter Bijl

Het Deutsches Historisches Museum is gevestigd op een prestigieuze locatie:  het Zeughaus aan Unter den Linden. © Tom Bergrath



Een andere hevige discussie in de jaren '80 ging over het vestigen van een Duits historisch museum in West-Berlijn. De voorstanders, met helemaal voorop Bondskanselier Helmut Kohl en de voormalig West-Berlijnse burgemeester en Bondspresident Richard von Weizsäcker, zagen hierin een uitdrukking van het nieuwe historisch zelfbewustzijn van de Bondsrepubliek. Tegenstanders noemden de plannen echter juist een verheerlijking van nationalistische tendensen.

Na veel discussie werd uiteindelijk in - wederom - 1987 besloten het museum dan toch op te richten, als hoogtepunt van het stadsbrede jubileumjaar. Er zou een nieuw gebouw komen naar een ontwerp van Aldo Rossi, in de directe omgeving van de Rijksdag. Dit museum over de Duitse geschiedenis werd echter zelf al geschiedenis voordat het ooit überhaupt kon worden gerealiseerd. In 1989 viel de Muur: het Deutsches Historisches Museum (DHM) nam het in Oost-Berlijn reeds bestaande Museum für Deutsche Geschichte over.

Inmiddels is het DHM, ondanks de aanvankelijke scepsis, uitgegroeid tot een alom gerespecteerde historische instelling, die niet schroomt thema's te behandelen die van oudsher taboe waren: zo waren er de laatste jaren tentoonstellingen over Duits kolonialisme en homoseksualiteit te zien.


Wat we ook mogen verstaan onder ´Duitse´ geschiedenis, de Reichstag is er een symbolische locatie voor. © Peter Bijl

© Peter Bijl

Voor tegenstanders van de AfD staat de afkorting van de partijnaam voor: Asoziale für Deutschland. 



'Duitse' geschiedenis?

De vraag naar de juiste omgang met het Duitse verleden werd lange tijd tevens bemoeilijkt, doordat er historisch gezien geen duidelijk omlijnde 'Duitse' geschiedenis is. Vragen die binnen de Duitse politiek en cultuur lange tijd een belangrijke rol hebben gespeeld zijn onder meer: Wat betekent het eigenlijk om Duits te zijn? En waar liggen de grenzen van Duitsland? Duitsland heeft zowel ver voor als ver na zijn 'oprichtingsjaar' (1871) vele malen verschillende grenzen gehad: politieke systemen volgden elkaar in razend tempo op.

De geschiedenis van deze onbepaaldheid laat zich schrijven als een geschiedenis van bloedvergieten en ellende: de maartrevolutie van 1848, Bismarcks oorlogen, twee Wereldoorlogen, twee dictaturen en de Duitse tweedeling. Aan het eind van de 19e eeuw schreef de filosoof Friedrich Nietzsche nog over de Duitsers: "ze zijn van eergisteren en van overmorgen - ze hebben nog geen vandaag." Ruim honderd jaar later ziet dat er anders uit. Duitsland heeft sinds de eenwording in 1990 voor het eerst een eenduidig vastgelegde staatsgrens; aan het eeuwenlang heen en weer schuiven van Duitse grenzen lijkt een einde gekomen te zijn.

De Duitse Wiedervereinigung vormt in die zin een duidelijke breuk in de Duitse geschiedenis. Sinds 3 oktober 1990 is er voor het eerst een staatsgrens die niet in twijfel wordt getrokken en die geen onderdeel is van een politieke discussie.


© Peter Bijl

De Brandenburger Tor: Spectaculair decor voor symbolische massavieringen, zoals 25 Jaar Val van de Muur...   

... Maar ook voor politieke bewustwording, zoals deze video-installatie over 100 jaar Duitse historie. 

© Peter Bijl



Herbezinning

De 'herdenkingsbranche' grijpt met steeds meer middelen terug op andere, minder beladen hoofdstukken en figuren uit de Duitse geschiedenis. Er was onder meer veel aandacht voor 300 jaar Frederik de Grote (1712-2012), 500 jaar Reformatie (1517-2017), 200 jaar Karl Marx (1818 - 2018); in 2019 staan de schijnwerpers op 100 jaar Bauhaus. Gaat het hier om een nationale herbezinning? Een politieke strategie? Wie voert de regie hierover? Dat is lastig te zeggen, er bestaat geen federale, overkoepelende herdenkingsinstantie in Duitsland. De organisatoren komen vaak uit zeer uiteenlopende hoeken van de culturele, publieke en private sector. 

Na 40 jaar deling kan een blik op een lange, gemeenschappelijke geschiedenis natuurlijk bijdragen aan een nationale waardering voor gedeeld erfgoed, ook naar de buitenwereld toe. Dat mag ook wat kosten. In de organisatie van '500 jaar Reformatie' speelde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken in ieder geval een belangrijke rol. Duitsland presenteren als een bakermat van een wereldreligie is te zien als actieve cultuurpolitiek richting het buitenland. 

AfD

De Erinnerungskultur blijft een heikel punt in het publieke debat; onomstreden is ze beslist niet. Vooral de rechtspopulistische partij Alternative für Deutschland (AfD) bekritiseert de  de huidige Duitse herdenkingscultuur. De AfD, die inmiddels in het nationaal parlement en in alle 16 Duitse deelstaatparlementen wordt vertegenwoordigd bagatelliseert regelmatig de misdaden van het nationaal-socialistische regime. 

Eerder dit jaar zei het AfD-kopstuk Alexander Gauland bijvoorbeeld dat "Hitler en de nazi's slechts een vogelpoepje zijn in de voor de rest succesvolle duizendjarige Duitse geschiedenis." Het is dezelfde Gauland die eerder ook al blijk gaf van zijn "trots op de prestaties van de Duitse militairen in twee Wereldoorlogen". De AfD wil de misdaden die in de naam van Duitsland zijn begaan, het liefst vergeten - of ten minste relativeren. Het is een politieke strategie; er bestaat een voedingsbodem voor dit soort revisionisme. Of het op termijn heel veel effect heeft? In de media galmden de uitspraken even na. Maar daarbuiten? Het valt te bezien.   


Gedenkstätte Plötzensee in het noordwesten van Berlijn herinnert op beklemmende wijze aan de slachtoffers van twaalf jaar nazi-dictatuur. © Peter Bijl

Verbinding van herdenkingswerelden: Op Bebelplatz, de plaats van de boekverbranding in 1933, werd tijdens het WK voetbal van 2006 ook de ´Duitse´ uitvinding van de boekdrukkunst herdacht. © Peter Bijl



Terugblikken én vooruitkijken

Een heel andere benadering was recent te zien tijdens de herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog, in november 1918. Macron en Merkel maakten daar een eeuw na dato duidelijk dat deze 'Oercatastrofe' niet als nationale, maar als Europese erfenis kan worden herdacht. Dat Duitsland en Frankrijk, destijds aartsvijanden, honderd jaar later deze oorlog gezamenlijk herdenken, opent deuren voor meer gemeenschappelijke herdenkingsevenementen in de toekomst. Een paradox in tijden, waarin eurosceptisch denken en nationalisme soms de overhand lijken te hebben. 

Goethe, de oervader van de Duitse literatuur, schreef ooit dat "geschiedenis schrijven een manier is om zich van het verleden te bevrijden". Geschiedschrijving kan ons echter niet van de geschiedenis bevrijden.  Het is geen therapie: het is juist een manier om het gebeurde een plek te geven in de huidige tijd. Daarmee staat het verleden onlosmakelijk verbonden met het heden en de toekomst. Herdenken is niet alleen een visie op het verleden. Het is terugblikken én vooruitkijken - tegelijkertijd! En als er iets is wat men in Berlijn vandaag de dag goed kan, is het dat wel.