· 

Coehoorn Centraal in Arnhem: Van burgerinitiatief tot gebiedsontwikkeling

Paul de Bruijn, mede-oprichter van STADGEIST, is stadmaker. Dat is veel meer een beroeping dan een beroep. Zijn stad is Arnhem, zijn inspiratiebron Berlijn. In Arnhem heeft hij in 2013 'Coehoorn Centraal' van de grond getrokken. Het begon als een initiatief om een stimulerende omgeving en gemeenschap te creëeren voor creatieve ondernemers. Het werd uiteindelijk een nieuwe vorm van gebiedsontwikkeling. In dit artikel beschrijft hij, aan de hand van eigen ervaringen, hoe je als burgerinitiatief moet omspringen met de wetten van de vrije markt tegen een ambtelijke maalstroom moet roeien. Ofwel: Een leerstuk voor burgerinitiatieven elders. 

Tekst: Paul de Bruijn


Adobe Stock / VanderWolf Images // Station Arnhem
Adobe Stock / VanderWolf Images // Station Arnhem

Arnhem, met 160.000 inwoners één van de 25 middelgrote steden in Nederland, groeit gestaag. De Gelderse hoofdstad geniet grote belangstelling onder Randstedelingen, op zoek naar meer rust, groen of lagere woonlasten. Creatieve bewoners - vaak studenten - trakteren de stad op verrassende initiatieven, van daktuinen op parkeergarages, een tijdelijk theater in een leeg pand, talrijke festivals tot 'ruimtelijke interventies'. Dit is niet iets van de laatste jaren: experimenteren met ruimte is in Arnhem gevoelsmatig altijd al een onderstroom. Nooit eerder werd dit alleen op zo´n grote schaal gedaan als in Coehoorn Centraal.  


Klein maar fijn
Coehoorn is met slechts duizend inwoners één van de kleinste wijken van Arnhem. Je vind hier veel lage flatjes, dicht op elkaar in een rommelige afwisseling van stijlen en relaties met de openbare ruimte. Voor de oorlog was het er levendig met hotels, na de oorlog, traden er nog internationale namen op in clubs en podia. Maar dat is geschiedenis.

Wat heden en toekomst vooral bepaalt, is de gunstige ligging. Coehoorn ligt direct aan de zuidzijde van het in 2014 prestigieus vernieuwde Centraal Station. Aan de oostzijde scheidt een tunnelbak het wijkje van het eigenlijke centrum met winkels en horeca; aan de zuidzijde stroomt de Nederrijn; aan de westzijde loopt de wijk in een punt uit op stuwwal, waar het Museum Arnhem ligt. Een interessant gebied dus, centraal in de stad, maar ingeklemd. En dat, zo wisten we eigenlijk altijd al, biedt mogelijkheden.



Betrokken burgers

Coehoorn Centraal was echter niet ons startpunt, op het gebied van stadmaken. Met ´ons´ bedoel ik twee betrokken burgers: architect Peter Groot en ondergetekende. In de crisis van 2008/2009 zagen we kansen 'dode' plekken in de stad tot leven te wekken. We hadden onze zinnen gezet op een half vervallen loodsenterrein in de binnenstad. De gemeenteraad was enthousiast en wilde twee, in hun ogen ´pioniers´ wel de ruimte geven om hun ideeën te realiseren. De verantwoordelijk wethouder voor grondzaken had echter al vergevorderde plannen voor verkoop van het gebiedje en blokkeerde het initiatief. Maar de geest? Die was uit de fles. 

De gemeenteraad bleef enthousiast en vroeg de afdeling vastgoed om naar andere lege panden voor onze plannen uit te zien. We leerden dat de gemeente eerder een aantal panden in het kleine wijkje Coehoorn had aangekocht - met het oog op een een grootstedelijk herstelplan. Dit omstreden Rijnboogplan, inclusief haven, bleek uiteindelijk een brug te ver voor Arnhem, al was het maar vanwege de astronomische kosten en grote risico's. De crisis van 2008 gaf het project de genadeslag. De gemeente leek de panden voor niets te hebben gekocht. Totdat ons initiatief op het toneel verscheen.



Speelruimte voor experiment
Op 25 maart 2013 stemde de gemeenteraad van Arnhem met een overweldigende meerderheid van 32 stemmen (van de 37) voor het vrijgeven van het Coehoorngebied voor alternatieve ontwikkeling als 'creatieve' wijk. Hiermee kreeg ons burgerinitiatief een legitieme speelruimte om het experiment aan te gaan. Om de panden formeel te kunnen beheren, richtten we de Stichting Coehoorn Centraal op. Het beheer ging op basis van huurcontracten voor de periode 2013- 2018: vijf jaar dus. 

We zagen in Arnhem een sterke creatieve basis. De stad beschikt over een Hogeschool, een kunstacademie en een rijk aanbod van creatieve MBO-opleidingen. Een productief 'ecosysteem' kan deze rijkdom vertalen naar nieuwe, innovatieve, creatieve bedrijvigheid. Deze leidt dan weer tot een stevigere economische basis voor de hele stad, zo was onze verwachting.  

Wat we in die vijf jaar Coehoorn Centraal voor elkaar hebben gekregen, is het creëeren van betaalbare werkplekken voor 80 (startende) ondernemers op het Coehoorn-terrein. Het bundelen van zo veel kleine ondernemingen op één prominente plek is een meerwaarde voor de stad. Het stimuleert samenwerking en maakt de creatieve sector in Arnhem veel zichtbaarder.

Het Coehoorn-initiatief laat zien, dat in een wijk waar meerdere stedelijke functies elkaar versterken, een aantrekkelijker stedelijk milieu ontstaat. In een vitale wijk gaan wonen, werken en vermaken samen. 

Werkgelegenheid en creatief ondernemerschap
Toen we in 2013 aan de slag gingen, zaten we uiteraard nog in een ander stadium. Wel hadden we twee hoofddoelen: het van binnenuit laten ontstaan van werkgelegenheid en het bevorderen van creatief ondernemerschap. We wisten dat het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid voor veel middelgrote steden buiten de Randstad een behoorlijke opgave is. Gemeenten moeten vaak geld toeleggen om een bedrijf over de streep te trekken. Ons alternatief was daarom: werkgelegenheid van binnenuit laten ontstaan. Deze pijler gaat naadloos over in het bevorderen van creatief ondernemerschap. Zie daar: beide pijlers van het Coehoorn-project. De een past beter bij Peter, de andere bij mij. 


Revitalisering van de wijk
De belangstelling van Peter Groot ging vanaf het begin al uit naar de stedelijke component van het project, de mijne naar het creatieve ondernemerschap. Als stadmakers zijn we ervan overtuigd dat beide lagen van 'Coehoorn' elkaar versterken en bijdragen aan meer kennis over revitalisering van stedelijke wijken. Die hernieuwde vitaliteit is het hogere doel; het 'vullen' van leegstand is daaraan ondergeschikt. Overigens is het nooit onze bedoeling om 'Coehoorn' in deze vorm te behouden. Want een gebied staat nooit op zichzelf - en is altijd weer onderdeel van een groter krachtenspel.



Gebiedsvisie
Zo is voor een burgerinitiatief de omgang met een gemeente niet makkelijk. Je krijgt te maken met veel gezichten en afdelingen. Je kunt ook de pech hebben dat het project onder meer dan één wethouder valt, waardoor je te maken kan krijgen met twee verschillende politieke kleuren. Dat werkt weer door in hoe de ambtenaren in de respectievelijke afdelingen met het initiatief omgaan. Tel daarbij op de diverse personeelswisselingen in 'het apparaat' bij langlopende project en je weet dat je met ‘wisselende inzichten’ en onnavolgbare wendingen in de opstelling van een gemeente te maken krijgt. En hoewel de relatie met de gemeente sinds 2013 ups en downs heeft gekend, is de samenwerking tussen onze stichting en de gemeente in deze zeven jaar wat ons betreft uniek te noemen. 

De centrale ligging, in makelaarstaal een AA-locatie, bracht namelijk ook iets anders met zich mee: een enorm krachtenspel. Zou het project niet zijn meegeveerd, hadden we die enorme krachten van buitenaf waarschijnlijk niet weerstaan. Dat Coehoorn Centraal steeds vitaler werd was leuk en aardig, het mocht de ontwikkeling van het gebied niet op slot zetten. Toen de gemeente steeds stelliger werd dat het verhuren van werkruimte geen gemeentelijke taak is, werd het voor ons zonneklaar: we moesten serieus een proces overwegen tot aankoop van de panden. Maar hoe doe je dat? En, volgende vraag: wie moeten ze dan kopen? 

Mei 2018 was een breukmoment. De gesprekken met de gemeente liepen vast, er was geen zicht op een oplossing en onze vijfjarige huurcontracten zouden op 1 september 2018 aflopen. De onzekerheid over hun werkruimtes maakte de ondernemers onrustig. Het bestuur van de stichting moest een besluit nemen: doormodderen zou leiden tot leegloop en daarmee een treurig einde van Coehoorn Centraal. Het bestuur besloot het einde van het project aan te kondigen, via diverse online media. Al snel kwamen verontruste telefoontjes van politieke partijen uit de gemeenteraad. Een spoeddebat zou spoedig volgen. 

Een onverwachte wending
Het turbulente spoeddebat leverde voor 'Coehoorn' een onverwacht resultaat op: de overgrote meerderheid van de gemeenteraad wenste dat het college alles in het werk zou stellen om ons project een nieuwe toekomst te geven.

Een proces van ambtelijk overleg volgde. Want ja: 'een nieuwe toekomst', hoe zou dat vorm moeten krijgen?

We sloten een overeenkomst met de gemeente. De stichting moest hierin de helft van de panden kopen; twee panden moesten gesloopt worden, om plaats te maken voor nieuwe ontwikkeling. Wel kregen we het recht om op de plek van een van die te slopen panden, zelf een nieuw gebouw te ontwikkelen. Voorwaarde was dat hierboven drie bouwlagen voor sociale woningbouw gepland moesten worden. Wij hadden een nadrukkelijke wens voor een CPO-project (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) in het gebied. Dit hadden we niet omdat wij er ook maar enig zakelijk belang bij zouden hebben, maar vanwege een andere reden: een collectief dat zelf zijn wooncomplex ontwerpt, zoekt vaak meer aansluiting met de buurt. Ook kwamen we overeen samen met de gemeente een gebiedsvisie op te stellen en het kleine Coehoornpark na de bouwfase in een nieuwe vorm voort te zetten.




De overeenkomst slingerde ons de stichting wel direct een nieuwe fase in, met nieuwe uitdagingen op ons bord. De aankoop van de panden was een taai proces, maar we in een zogenaamd 'ABC-model' vonden we een constructie die bij ons paste. Wat dit concreet inhoudt? Dat het vastgoed in bezit is van een aantal creatief ondernemers van het eerste uur en een culturele beheerstichting, maar dat wij als stichting DNA-bepalingen kunnen laten opnemen, gericht tegen speculatie en - niet in de laatste plaats -  als waarborg voor een toekomstig gebruik in de lijn van onze oorspronkelijke filosofie.  

Maar er ligt nog een belangrijke opdracht voor Coehoorn Centraal. Voor het einde van dit jaar moet de stichting beslissen of wij de grond gaan kopen voor de bouw van 1.100 vierkante meter werkruimte en 24 appartementen in de sociale sector. Kortom, het verhaal is voorlopig nog niet af. 

Regie loslaten
Wel weten we nu wat dit burgerinitiatief heeft betekend voor Arnhem. Het project werd voor de gemeente een aanzet tot het (gedeeltelijk) loslaten van de regie over de wijkontwikkeling in het oostelijk deel van het Coehoorngebied. Coehoorn Centraal de stad een andere, alternatieve kijk op gebiedsontwikkeling gegeven. 

De woorden van Dirk Anton van Mulligen, co-auteur van het boek 'Geef je organisatie toekomst' onderstrepen de waarde van het project nog eens. Na zijn bezoek aan Coehoorn Centraal scheef hij: 'Er bloeit iets moois op in Arnhem. Stadsvernieuwing zonder grote plannen van bovenaf, maar gewoon door te doen vanuit de juiste motieven en met de menselijke maat. Verbinden van mensen en initiatieven zonder praatjes, maar met hart. En vooral RUIMTE!´

Hopelijk kunnen we daarmee een voorbeeld zijn voor burgerinitiatieven in andere steden.


Paul de Bruijn is in de eerste plaats stadmaker. Zijn motto: 'anders kijken, anders doen, met de stad.' Het heeft hem op het pad naar Coehoorn Centraal gebracht. Paul heeft altijd veel inspiratie gevonden in Berlijn, in zijn ogen een stad met een levendige stadmakerscultuur en een grote burgerkracht. Hier heeft hij vanaf 2009 ook specialistische rondleidingen voor stedenbouwers, beleidsmakers en alternatieve stadmakers verzorgd. 

Peter Groot, mede-initiatiefnemer van Coehoorn Centraal, is architect in Arnhem. Met hart voor ´zijn´ stad, zocht hij na de crisis van 2009 met Departement Tijdelijke Ordening naar een creatieve invulling van stilgevallen plekken in de stad. Lof ontving hij voor het project Bartokpark: een parkje middenin de stad met een nieuw pand - Rozet geheten - dat dit deel van Arnhem heeft doen herleven. 

Reactie schrijven

Commentaren: 0