· 

Geen toerist, maar bezoeker (1)

De internationale reisbranche breekt zich er het hoofd over: het toerisme na de pandemie. Hoe gaat dat eruit zien? Als één van de steden die dreigde te bezwijken onder overtoerisme, ontwikkelt Amsterdam plannen tegen de toeristische monocultuur en overlast. Terug naar het oude normaal gaat het niet worden, zo veel lijkt zeker. 

Tekst: Tom Bergrath


Foto: Pixabay / Ukrain13
Foto: Pixabay / Ukrain13

Venetië in 2017, toen alles er nog heel druk en 'normaal' was


Dumpprijzen voor vliegtickets, online boekingsplatformen, veranderende bestedingspatronen en verleidelijke stadsmarketing hebben de afgelopen decennia meer, meer en meer toeristen door de historische stadscentra van onze mooiste steden gedreven. Een economie moet groeien,  zo was de heersende ideologie in kringen van overijverige citymarketeers, travelmanagers, evenementenbureau’s en gelijkgestemde bestuurders. De pandemie van 2020 heeft die ontembare ambitie en de verslaving aan stijgende cijfers van weleer gestuit, voor het moment in ieder geval. Komt de maalstroom van het massatoerisme gewoon weer op gang binnenkort? 

Overtoerisme
Als het aan veel bewoners van de betreffende (of: getroffen) steden ligt, dan zeker niet. Massatoerisme heeft in de afgelopen - pak 'm beet - 15 jaar een parasitaire aard ontwikkeld, die zich in het wezen van de stad vreet. De documentaire Bye Bye Barcelona (2014) toont de ontwrichtende banaliteit van overtoerisme: inwoners hebben zich vervreemd van hun tot pretpark verworden stad. Het hyperconsumentisme heeft van Venetië, ooit een machtige stadstaat, een soort decorstuk gemaakt voor een hap-slik-weg-vakantie. Deze stad heeft niets anders meer dan historie om op te teren, een teloorgang die Ilja Leonard Pfeiffer literair gereflecteerd heeft in 'Grand Hotel Europa'.  




Stad als decorstuk
De uitwassen van massatoerisme zijn dus niet van gisteren, het debat erover woedt al jaren in tal van steden. Waar ligt nu de kern van het probleem? Bewoners willen zich thuis voelen in hun thuisstad. Daarbij hoort vrijheid van beweging, vrijheid van keuze en recht op levenskwaliteit. Een teveel aan toeristen verhindert dit alles. Bezoek van gasten daar zullen weinig mensen een punt van maken. De lockdowns van onze steden bieden stadsbesturen, reisondernemers en andere belanghebbenden een unieke gelegenheid grote stappen te zetten richting een beter toerisme - op papier in ieder geval. Of is het straks toch weer business as usual? Het maatschappelijke draagvlak daarvoor is flinterdun en de druk op stadsbesturen om paal en perk te stellen is hoog, zo veel is zeker.

Stedelingen snakken naar beweging, keuze en levenskwaliteit nu hun steden in de greep zijn van pandemie-maatregelen. Maar een terug van het massatoerisme, de oude 'normale' kermis van weleer? Daar zitten weinigen op te wachten.     

Amsterdam voor Amsterdammers

In Amsterdam raakt overtoerisme vooral de binnenstad. Tot de uitbraak van Covid-19 deed het dat.  Amsterdammers bleven daar weg om de toeristen te mijden, nu kunnen ze er weer heen. Met dank aan een virus. De gemeente zoekt nu naar antwoorden en oplossingen om de binnenstad ook na Corona duurzaam aantrekkelijk te maken voor de lokale bevolking. Het stadsbestuur ziet stilstand van nu als een uitgelezen kans om deze uitdaging aan te grijpen. Burgemeester Femke Halsema er een brief over aan aan de Amsterdamse Raad - in mei 2020, temidden van de eerste Corona-golf. Halsema wil investeren in de openbare ruimte, in een vernieuwend winkel en horeca-aanbod en in de optimalisering van culturele functies. Daartoe zal de monocultuur en eenheidsworst in de binnenstad, gericht op toeristen het veld moeten ruimen. De burgermeester wil minder toeristen en minder aanbod voor toeristen in de binnenstad. Wel mogen er toeristen komen, 'die geïnteresseerd zijn in de unieke historie, cultuur en ervaring van de Amsterdamse binnenstad'.   


Foto: Adobe Stock / Martin Bertrand
Foto: Adobe Stock / Martin Bertrand

Zuiptoeristen
Na de Corona-crisis wil Halsema in ieder geval geen kotsende toeristen meer in haar stad, overigens zonder prostitutie te verbieden en coffeeshops in groten getale te moeten sluiten. Haar onderbouwing: “Vrijheid is niet hetzelfde als grenzeloosheid en binnenstadbewoners voelen zich niet vrij als zij de hele dag last hebben van overlast.”

Het klinkt van een afstand wellicht als een luxeprobleem, overlast door overtoerisme, Dat is het zeker niet. Het oplossen ervan is een mammoet-opgave. Wangedrag is ook de prijs die we betalen voor bepaalde vrijheden. Een samenleving zonder is waarschijnlijk ook een fundamenteel andere samenleving. Een gesprek hierover gaat als snel over normen, waarden en betutteling. Wie in het vrijzinnige Amsterdam durft zo'n debat aan te gaan - al dan niet met gestrekt been?

Wat te doen met lastige toeristen? Het zijn niet alleen apestonede Britten of stomdronken Italianen die voor overlast zorgen. Misschien dat die op een nuchter moment zelfs nog naar het Rijksmuseum gaan. Want ja, ...zuipende cultuursnuivers die bestaan ook. Die nachtbrakers, waaraan veel Amsterdammers een broertje dood hebben, komen veelal uit de buitenwijken en de provincie. Of is dat een vooroordeel?

Hoe ga je de binnenstad zo onaantrekkelijk mogelijk maken voor ketende jongeren uit naburige landen en dagtoeristen, die te lang blijven hangen? Hoge accijnzen op bier en wiet? Entreegeld voor de binnenstad, een dagtoeristentax of toch coffeeshops sluiten en café's verplichten light-bier te schenken. Of gewoon orde, tucht en handhaving: snelrecht, een week verplicht sociaal werk en meteen een maand heropvoedingskamp voor het dagjesvolk, dat niet in het gareel blijft? Lastige vragen allemaal. 

Een veelgehoorde oplossing is een verplaatsing of verspreiding van het toeristengroepen. In het Wallen-debat heeft de burgemeester gepleit voor een nieuw sekscentrum om de binnenstad te ontlasten. Hoogleraar voor Grootstedelijke Vraagstukken Zef Hemel heeft in zijn rapport 'Een nieuwe historische binnenstad' de aanbeveling gedaan om aan de Zuidas een nieuw toeristisch centrum te creëeren. 

Zijn visie in een notendop: de bouw van het nieuwe station Amsterdam-Zuid gaat sowieso druk wegnemen van het centrum, dan kunnen de toeristen ook in Amsterdam-Zuid blijven, zo is de redenering. De toeristen komen dan hooguit een ochtend of een middag naar het centrum. De Amsterdamse binnenstad kan zich met de nodige investeringen in bruggen, kades en straatwerk dan ontwikkelen tot een grote, gezellige tuin. Die bewoners dan naar hartelust kunnen onderhouden. 

Wel moet er dan nog flink gebouwd worden aan de Zuid-As, om de toeristen daarheen te lokken én ze daar te houden. Denk aan hotels, een casino, iconische architectuur en topattracties á la het Guggenheim. Amsterdam-Zuid kan sowieso een facelift gebruiken en er is genoeg plaats, meent Hemel. Een ludiek plan uit Rotterdam wijkt helemaal niet zo veel af van Hemels' visie: Nieuw-Amsterdam, een namaak-A’dam gebouwd buiten de stad, compleet met wallen en grachten, speciaal voor de zuiptoerist om ongehinderd in te kunnen braken! Zodat Oud-A’dam weer leefbaar wordt.

Bij dit soort lange-termijn-visies - haalbaar óf niet - krijgt creativiteit de vrije loop. Maar overtoerisme is ook een probleem van de korte termijn. Dan verliest creativiteit het van dadendrang. Beleidsmakers, burgerinitiatieven en bewoners willen geen pré-Covid-toerisme meer. Pro-actief handelen is nodig. Het promotiebureau Amsterdam&partner heeft daarom midden in de pandemie een voorstel uitgewerkt en wil snel stappen maken. Hoe dat plan eruit ziet...?