· 

Stedelijke leegloop? Of: De lokroep van het groen

2021 wordt een jaar vol uitdagingen voor onze steden. De verstrekkende corona-maatregelen maken urbaan leven werledwijd niet aantrekkelijker. Tegelijkertijd is er - vooral bij hen die het kunnen betalen - veel interesse voor een leven ‘in the middle of nowhere’, waar je je eigen groenten kweekt groeit. Staan stedelijke samenlevingen een grote uittocht te wachten? Een eerste verkenning.

Tekst: Paul de Bruijn

Foto: Adobe Stock / fotopixel.no
Foto: Adobe Stock / fotopixel.no

Weg uit Amsterdam

Uit een recente peiling van de NVM-Makelaars zou 12% van de 1.100 ondervraagden uit de stad willen vertrekken. Daar komt 5% bij als de situatie van voortdurende sluiting van vermaakplekken zoals horeca, festivals, concerten en cultuurcentra ook in 2021 niet verandert. Net als ieder jaar, verlaten mensen steden. Maar zijn dat er op dit moment dermate veel, dat we kunnen spreken van een trek uit de stad als gevolg van corona? We gaan wat verder op verkenning - en komen, passend in covid-context, verschillende golfbewegingen tegen. 

Wie het rapport verder leest, ziet dat de huidige tendens eigenlijk al gestart is in 2013. Vermoedelijke oorzaken zijn de toen al sterk oplopende woonlasten en de beperkte kansen om binnen de stad te verhuizen naar een op dat moment meer passende woning. Een regio als de Achterhoek kan de inwoners van de regio al niet meer bedienen als het gaat om een andere woning. ‘Randstedelingen’ zijn hen vaak voor of bieden gewoon de hoofdprijs.

Een recent voorbeeld is tv-presentatrice Floortje Dessing. Zij reisde voor haar programma 'Naar het einde van de wereld' maar wat graag  de aardbol rond. Totdat het coronavirus uitbrak, grenzen sloten en vliegtuigen aan de grond bleven. In haar laatste programma 'Floortje blijft hier' toont ze haar eigen stad Amsterdam vol Corona-beperkingen, in een staat van verstilling. Ook gaat ze op zoek naar mensen die binnen de eigen landsgrenzen hun leven zinvol invullen, veelal buiten de stad. Zelf verruilde de presentatrice onlangs ook haar Amsterdamse woning voor een huis in het Noord-Hollandse Velsen, volgens onder meer deze site. Maar ze is lang niet de enige.


Floortje Blijft Hier - Seizoen 2, afl. 4. Floortje & Stefan // Kokoma Media
Floortje Blijft Hier - Seizoen 2, afl. 4. Floortje & Stefan // Kokoma Media
Metro in New York - Covid 19 / Foto Adobe Stock: Kits Pix
Metro in New York - Covid 19 / Foto Adobe Stock: Kits Pix


Bloei en verval

Dat steden en hun ommelanden afwisselend periodes kennen van grote economische en culturele bloei, die worden gevolgd door verval, uitstroom en soms leegloop, is bepaald niet nieuw; Sterker nog: het is een al eeuwenoud proces. Deze dynamiek is in de VS heel sterk. Meer dan elders oefent daar de markt ongeremd invloed uit op de trek tussen op de trek tussen stad en platteland.

Het Amerikaanse PEW Research onderzocht dat eenvijfde van de Amerikanen iemand kent die sinds het uitbreken van Covid-19 is verhuisd naar een minder verstedelijkt gebied - of die dat zelfs zelf heeft gedaan. Vooral de rijkeren wijken uit naar groenere zones rond de stad. Opvallend is dat ook jongeren de benen nemen. Redenen die worden genoemd zijn het sluiten van de universiteit, het verlies van een baan of het liever dicht bij de familie zijn.

De dramatische leegloop van Detroit

Het schoolvoorbeeld van stedelijk verval is Detroit. De stad dankte haar groei aan de auto-industrie, die al voor de Tweede Wereldoorlog een aanzienlijke omvang had. Fabrikant Ford bouwde er tijdens de oorlog vliegtuigen, de basis voor de bloeiperiode van Motor City. Honderdduizenden mensen hadden werk dankzij de auto. Toch zou juist deze economische monotonie de stad noodlottig worden. 

           In de jaren´60 zette de kentering in. Buitenlandse concurrentie nam toe, de grote successen leidden tot innovatieluiheid, de productie begon te haperen. Stijgende olieprijzen betekenden de nekslag voor de benzine slurpende Ford-modellen. De gevolgen voor de lokale economie waren desastreus. Fabriekssluitingen en massa-ontslagen brachten financiële misère. Huren en hypotheken waren voor inwoners niet meer op te brengen, mede door een afwezig sociaal vangnet. De helft van de inwoners verliet Detroit: de huizen werden leeg achtergelaten voor de bank, al dan niet met de sleutel nog in de deur.  

            De middenstand van Detroit kwijnde weg, een groot deel van het culturele leven verwelkte. De aanblik van tienduizenden lege, vervallen huizen noopte het stadsbestuur om hele wijken met de grond gelijk te maken. Alleen het stratenpatroon bleef als herkenbaar stadsweefsel. Tussen al die verlaten straten verruwden grasvelden zonder teken van menselijk leven. Wat hooguit nog herinnert aan de glorietijden zijn de talrijke beroemde zangers en songs die de stad via het Motown-label wereldberoemd maakte. Of muzikaal wat minder mainstream: de rauwe sounds van Iggy & The Stooges eind jaren zestig en Detroit-techno twintig jaar later. 


Toestroom naar de stad is recent

 

Ook in Nederland zien we verschillende golfbewegingen. De vaak armzalige omstandigheden die veel steden eind vorige eeuw kenden, dreven gezinnen de stad uit, mede gestimuleerd door het ‘kies rust en ruimte’-beleid van de landelijke overheid. Amsterdam verloor tussen 1963 en 1984 maar liefst 190.000 inwoners: een fatale leegloop. Dat steden oorden van armoede en verval leken, zou leiden tot grootschalige ingrepen in de verloederde woningvoorraad. In Amsterdam zou wethouder Jan Schaefer (PvdA) onder het credo ‘in gelul kun je niet wonen’, tussen 1978 en 1986 werk maken van wat toen ´stadsvernieuwing´ heette.

 

Een tegengestelde bweging is de ´nieuwe trek naar de stad´ (zoals we die eerder beschreven over het Berlijn van het laatste decennium). Die kwam eigenlijk pas echt op gang in de jaren kort na de financiële crisis van 2008. Grote steden waren de magneet en trokken kansrijke jongeren en bemiddelde tweeverdieners uit de middelgrote steden. Middelgrote steden groeiden ondanks deze trek naar ‘de grote stad’ eveneens; licht, maar toch. Zij trokken weer de omliggende dorpen en rurale gebieden leeg. In Nederland zochten vooral jongeren hun heil in de dichtstbijzijnde steden, met een omvang van 100.000 inwoners en meer. 

 

Covid en nieuwe uittocht

De financiële crisis van 2008/2009 bracht een toevloed van kapitaal in het vastgoed op gang, dankzij de ‘Quantative Easing’ van de centrale banken als de FED en de ECB. Met astronomische kapitaalinjecties trachtten de banken vanaf 2010 de economie op gang te houden, de euro te redden en de schuldenbergen weg te laten smelten door het aanjagen van inflatie. Het eerste en tweede doel lukte, het derde niet. Versterkt door de bloei van de stad als centrum voor ontmoeting, werkgelegenheid, maatschappelijke tolerantie en cultuur, leidde dat tot enorme stijging van vastgoedprijzen, en dus van de huren en hypotheken.

 

Voor steeds meer mensen kwam de stad hiermee buiten de financiële spanwijdte: vertrek uit de geliefde stad werd onvermijdelijk. Inmiddels was er ook een lichte hang naar ‘living off the grid’ ontstaan. Het leven in een autonome setting: eigen energie, eigen voedsel, weg van observatiecamera’s en apps die elke stap traceren.

 

Er was de laatste jaren kortom al een lichte tendens richting vertrek uit de steden merkbaar. En deze, zo lijkt het, is door corona alleen maar in een versnelling gekomen. De ooit bruisende horeca met haar uitnodigende terrassen, de theaters, de evenementen, de musea, het veelzijdige aanbod van grotere en kleinere winkeltjes worstelen met hun overleving. Menig winkel, café en theater zal door faillissement nooit meer open gaan. Het leven lijkt uit de steden te worden weggezogen. Lege winkels worden steeds vaker gesignaleerd; cafés die hun inboedel al hebben verkocht of elders hebben opgeslagen zijn evenmin een uitzondering.

 

 

Je kunt stellen dat de steden als bruisende centra van cultuur en vermaak met alle coronabeperkingen van het afgelopen jaar dreigen dood te bloeden. Wie vóór covid nog genoegen nam met een kamer van 25m2 voor € 1.200,00 per maand met de geruststellende gedachte een deel van de dag het café op de hoek als verlengde huiskamer te kunnen gebruiken, ziet zich nu opgesloten, inclusief een historisch zelfs ongeëvenaarde avondklok.

De toekomst van de stad is ongewis

Aangezien omstandigheden nu veranderlijker zijn dan in de afgelopen decennia is het doen van een voorspelling hoe het de stad zal vergaan een hachelijke zaak. Steden zijn veerkrachtig en kunnen zich na een crisis snel herpakken. Maar deze veerkracht is natuurlijk niet oneindig; de schade moet te overzien zijn. Juist voor steden zijn het dan ook spannende tijden. Hoe deze crisis ook afloopt: de toekomst zal veel van de creativiteit en energie van steden vergen om juist datgene weer tot stand te brengen dat steden tot voor kort tot magneet maakten: een sociaal-cultureel leven.


Reactie schrijven

Commentaren: 0