· 

De lokroep van het groen

2021 wordt een jaar vol uitdagingen voor onze steden. De verstrekkende plannen van regeringen en andere instituties in reactie op de pandemie plaatsen maken urbaan leven niet aantrekkelijker. Tegelijkertijd is er veel interesse voor een leven ‘in the middle of nowhere’, waar je ‘off-the-grid’ je eigen groenten kweekt groeit. Staan stedelijke samenlevingen een grote uittocht te wachten? Een eerste verkenning.

Tekst: Paul de Bruijn

Foto: Adobe Stock / fotopixel.no
Foto: Adobe Stock / fotopixel.no

Van Amsterdam naar Velsen

Floortje Dessing reisde voor haar programma 'Naar het einde van de wereld' de aardbol rond. Tot het virus uitbrak. Grenzen gingen dicht, vliegtuigen bleven aan de grond. In haar laatste programma 'Floortje blijft hier' toont ze haar eigen stad Amsterdam vol Corona-beperkingen, in een staat van verstilling en gaat ze op zoek naar mensen die binnen de eigen landsgrenzen, maar veelal buiten de stad hun leven zinvol invullen. Opvallend: de presentatrice zelf verruilde onlangs haar Amsterdamse woning voor een huis in het Noord-Hollandse Velsen, aldus onder meer deze site. Geïnspireerd door de gasten in haar programma wellicht?    

Net als zij (en net als ieder jaar overigens) verlaten mensen steden. Maar zijn dat op dit moment dermate veel, dat we kunnen spreken van een trek uit de stad als gevolg van Covid-19? Vreemd zou dat niet zijn, gezien de beroerde economische omstandigheden waarin veel stedelijke dienstverleners verkeren op dit moment. 


Floortje Blijft Hier - Seizoen 2, afl. 4. Floortje & Stefan // Kokoma Media
Floortje Blijft Hier - Seizoen 2, afl. 4. Floortje & Stefan // Kokoma Media
Metro in New York - Covid 19 / Foto Adobe Stock: Kits Pix
Metro in New York - Covid 19 / Foto Adobe Stock: Kits Pix


Bloei en Verval
Steden en hun ommelanden zijn al eeuwenlang communicerende vaten, met afwisselend periodes van grote economische en culturele bloei, gevolgd door verval, uitstroom en soms leegloop. Deze dynamiek is heel sterk in de VS. Meer dan elders oefent hier de markt ongeremd invloed uit op de trek tussen op de trek tussen stad en platteland. 

Het Amerikaanse PEW Research onderzocht dat eenvijfde van de Amerikanen tijdens de Covid-periode is verhuisd naar een minder verstedelijkt gebied of iemand kent die dat heeft gedaan. Vooral de rijkeren wijken uit naar groenere zones rond de stad. Opvallend is dat ook jongeren de benen nemen. Onder de genoemde redenen worden genoemd het sluiten van de universiteit, verlies van een baan, liever dicht bij de familie zijn.

De dramatische leegloop van Detroit

Het schoolvoorbeeld van stedelijk verval is Detroit. De stad dankte haar groei aan de auto-industrie, die al voor de Tweede Wereldoorlog een aanzienlijke omvang had.  Fabrikant Ford bouwde er tijdens de oorlog vliegtuigen, de basis voor de bloeiperiode van Motor City.  Honderdduizenden mensen hadden werk dankzij de auto. Juist deze economische monotonie zou de stad noodlottig worden. 

           In de jaren zestig zette de kentering in. Buitenlandse concurrentie nam toe, de grote successen leidden tot innovatieluiheid, de productie begon te haperen. Stijgende olieprijzen betekenden de nekslag voor de benzine slurpende modellen. De gevolgen voor de lokale economie waren desastreus. Fabriekssluitingen en massa-ontslagen brachten financiële misère. Huren en hypotheken waren niet meer op te brengen, ook door een afwezig sociaal vangnet. De helft van de inwoners verliet Detroit, de huizen werden leeg achtergelaten voor de bank, al dan niet met de sleutel nog in de deur.  

            De middenstand kwijnde weg, het culturele leven verwelkte. De aanblik van tienduizenden lege, vervallen huizen noopte het stadsbestuur om hele wijken met de grond gelijk te maken. Alleen het stratenpatroon bleef als herkenbaar stadsweefsel. Tussen die verlaten straten verruwde grasvelden zonder teken van menselijk leven. Wat nog herinnert aan de glorietijden zijn de talrijke beroemde zangers en songs die de stad onder het label Motown over de hele wereld bekendheid gaf.


De toestroom naar de stad begon in 2008 pas echt

Het lijkt eigenaardig, maar de nieuwe trek naar de stad kwam pas echt op gang in de jaren kort na de financiële crisis van 2008. Weinig konden een heldere en overtuigende verklaring vinden van deze trek naar de stad. Grote steden trokken kansrijke jongeren en bemiddelde tweeverdieners uit de middelgrote steden. De middelgrote steden groeiden ondanks deze trek naar ‘de grote stad’ ook, licht, maar toch. Zij trokken weer de omliggende dorpen en rurale gebieden leeg. Vooral jongeren zochten hun heil in de dichtstbijzijnde steden, steden met een omvang van 100.000 inwoners en meer. Een deel kan worden verklaard uit het feit dat veel steden al lang de weg naar boven hadden gevonden. De vaak armzalige omstandigheden in veel steden eind vorige eeuw, dreven gezinnen de stad uit, mede gestimuleerd door het ‘kies rust en ruimte’-beleid van de landelijke overheid. Een stad als Amsterdam verloor tussen 1963 en 1984 maar liefst 190.000 inwoners. Een fatale leegloop. De steden leken oorden van armoede en verval. Het zou leiden tot grootschalige ingrepen in de verloederde woningvoorraad. In Amsterdam zou wethouder Jan Schaefer (PvdA) onder het credo ‘in gelul kun je niet wonen’, tussen 1978 en 1986 werk maken van wat toen stadsvernieuwing heette.

Covid en nieuwe uittocht

Zoals in de inleiding gesteld was er al een lichte tendens richting vertrek uit de steden merkbaar. De financiële crisis van 2008/2009 had een toevloed van kapitaal in het vastgoed op gang gebracht. Dit werd veroorzaakt door de ‘Quantative Easing’ van de centrale banken als de FED en de ECB. Met astronomische kapitaalinjecties trachtten de banken vanaf 2010 de economie op gang te houden, de Euro te redden en door aanjagen van inflatie de schuldenbergen weg te laten smelten. Het eerste en tweede doel lukten, de derde niet. Versterkt door de bloei van de stad als centrum voor ontmoeting, werkgelegenheid, maatschappelijke tolerantie en cultuur, leidde dat tot exorbitante stijging van prijzen van het vastgoed, en dus van de huren en hypotheken. Voor steeds meer mensen was de stad buiten de financiële spanwijdte gekomen en werd vertrek uit de geliefde stad onvermijdelijk. Inmiddels was er ook een lichte hang naar ‘living off the grid’ ontstaan. Het leven in een autonome setting: eigen energie, eigen voedsel, weg van observatiecamera’s en tracingapps. 

 

Het lijkt erop dat de komst van het Covid-virus de uittocht versnelt. Immers de grote trekpleisters van de stad zijn al enige tijd op slot. De ooit bruisende horeca met haar uitnodigende terrassen, de theaters, de evenementen, de musea, het veelzijdige aanbod van alternatieve kleine winkeltjes worstelen met hun overleving. Menig winkel, café en theater zal door faillissement nooit meer open gaan. Het leven lijkt uit de steden te worden weggezogen. Lege winkels worden steeds vaker gesignaleerd, ook café’s die hun inboedel al hebben verkocht of elders hebben opgeslagen zijn geen uitzondering meer. Uit een recente peiling van de NVM-Makelaars zou 12% van de 1.100 ondervraagden uit de stad willen vertrekken. Daar komt 5% bij als de situatie van voortdurende sluiting van vermaakplekken zoals de horeca, festivals, concerten en cultuurcentra ook in 2021 niet verandert.

 

Toch, zo gaat het rapport verder, is de tendens al gestart in 2013. Vermoedelijke oorzaak is de toen al sterk oplopende woonlasten en de beperkte kansen om binnen de stad te verhuizen naar een op dat moment meer passende woning. Regio’s als de Achterhoek kunnen de inwoners van de regio al niet meer bedienen als het gaat om een andere woning. ‘Randstedelingen’ zijn hen vaak voor of bieden gewoon de hoofdprijs.

 

Je kunt stellen dat de steden als bruisende centra van cultuur en vermaak nu dreigen dood te bloeden of er moet een voortijdig einde aan de beperkingen komen. Wie vóór Covid nog genoegen nam met een kamer van 25m2 voor € 1.200,00 per maand met de geruststellende gedachte een deel van de dag het café op de hoek als verlengde huiskamer te kunnen gebruiken, ziet zich nu opgesloten, met korte tijd zelfs een historisch ongeëvenaarde avondklok.

De toekomst van de stad is ongewis

Omdat de omstandigheden nu veranderlijker zijn dan in de afgelopen decennia is het doen van een voorspelling hoe het de stad zal vergaan een hachelijke zaak. Steden zijn veerkrachtig en kunnen zich na een crisis snel herpakken. Deze veerkracht is natuurlijk niet oneindig en de schade moet te overzien zijn. Het zijn juist voor steden spannende steden en hoe deze crisis ook afloopt, de toekomst zal veel van de creativiteit en energie van steden vergen om weer iets van een sociaal en cultuurleven tot stand te brengen, dat wat de steden tot voor kort zo tot magneet maakten.


Reactie schrijven

Commentaren: 0