· 

Geen toeristen, maar bezoekers (3)



Toeristen brengen geld in het laatje. Op zichzelf is dat prima. Een toeristisch aanbod maken kost immers geld en dat moet terugverdiend worden. Toch is toerisme in de kern helemaal niet het hypercommerciële verschijnsel, dat het in dit (laat-)Kapitalistische tijdperk veelal geworden is. Schraap je de vette laag saus van massaconsumptie weg, dan is toerisme een uitvloeisel van een menselijke oerdrift: de behoefte om te reizen en onze wereld te ontdekken. Hoe kun je nu in die behoefte voorzien zonder ecologische en sociale uitputting van de reisbestemmingen?    

Veel toeristische regio's, steden voorop willen zowel zowel het leven van hun bewoners als het aanbod voor toeristen een kwaliteitsinjectie geven. Dat is best een enorme uitdaging, zo niet een mammoetopgave. Waar te beginnen? Gaat dat lukken met regels aanpassen, overlast aanpakken, toeristen verspreiden en investeringen in infrastructuur? Is het door overbevolking van onze planeet niet dweilen met de kraan open? Of heeft Corona het mondiale toerisme dermate gekortwiekt dat het helemaal geen vraagstuk zal zijn? Dat laatste lijkt onwaarschijnlijk.    

Hoe dan bestaat er een duidelijk verlangen naar meer kwaliteit in onze steden. Hierin schuilt ook een verlangen naar authenticiteit. De gemiddelde toerist wil geen kermisstad bezoeken en de bewoner wil niet in een nepstad wonen. Dat is namelijk wat de doorgeslagen economisering van het toerisme vaak heeft opgeleverd: middelmatigheid, een slap aftreksel voor de grootste gemene deler.    

Een zoektocht naar authentieker toerisme is een terugkeer naar de oorsprong van het fenomeen zelf. We moeten beter begrijpen wat toerisme eigenlijk is en waarom wij mensen sinds mensenheugenis überhaupt reizen maken? Alleen voor het vertier en het vermaak kan het niet zijn. Wat hopen we dan wel te vinden in onbekende steden en verre oorden? Geluk? Inspiratie? Contacten? Verwondering? Die antwoorden vinden we nu eenmaal niet met economische modellen of marketingconcepten. Toch lijken die mensen die over toerisme 'gaan', altijd weer daarop terug te vallen. Het is alsof ze niet anders kunnen.

Neem nu het hiervoor besproken rapport van promotiebureau Amsterdam&partners. De makers ervan kaarten alle problemen van het overtoerisme aan, maar blijft de hele kwestie onophoudelijk behandelen als een economische vraagstuk. De stad moet meer kwaliteitsbezoekers én meer congresbezoekers trekken, daar komt het op neer. Kortom nog meer marketing en nog meer vermoeiende en uitputtende concurrentiestrijd met andere steden. Die willen namelijk ook die bezoekers hebben. 




Amsterdam moet, zo staat het haast vet onderstreept in het rapport, uitstralen een stad te zijn voor vrij- en dwarsdenkers, waar diversiteit en creativiteit hoog in het vaandel staan, waar vrijzinnigheid heerst, met verantwoordelijkheid en respect voor elkaar. Hier gaat het over culturele en maatschappelijke waarden. Niet over vermogensbestanddelen of unique selling points. Juist hier wringt en schuurt het, dat de betrokkenen in Amsterdam hardnekkig blijven vasthouden aan hun bezoekerséconomie.   

We moeten heel anders gaan kijken naar het fenomeen toerisme, willen we er iets beters van maken. Reizen en het ontvangen van reizigers is eeuwenoud immaterieel cultureel erfgoed. Het heeft weinig nut om dit langs een economische meetlat te leggen. De opbrengen én de kosten ervan zijn voor het groot deel niet in cijfers of centen uit te drukken. Reizen tussen regio's en landen bevordert internationale, culturele uitwisseling tussen culturen. Hieruit vloeien kennis en contacten voor, die op hun beurt weer bijdragen aan internationale vrede en stabiliteit. Het kan zomaar zijn dat het bedienen van bezoekers puur financieel gezien meer kost dan het het oplevert. Is dat zorgelijk? Nee, toerisme levert net als andere culturele uitingen vooral immateriële en dus niet-meetbare waarde op.   

Zie toerisme in de eerste plaats als een essentiële en noodzakelijke verrijking voor je cultuur en niet als een manier ter verbetering van je economische positie en draag dat uit! Dan spreek je ook niet niet meer over een bezoekerseconomie, maar over een bezoekerscultuur of een reizigers- of ontvangstcultuur. Pas als je het toerisme echt verankerd in het culturele domein en de economisering ervan loslaat, kun je toerisme in je stad duurzaam ontwikkelen. Het mooie is, je kunt alsnog nieuwe werkgelegenheid en kansen voor ondernemers (in de creatieve sector) creëeren.

Zover zijn we nog lang niet. Spotgoedkope, gesubsidieerde vluchten, ongeleid, zelfzuchtig ondernemerschap alsook grootschalig misbruik van woonruimte voor vakantieoptrekjes, smoren alle goedbedoelde duurzame plannen voor kwaliteitstoerisme in onze wereldsteden in de kiem. Economisch voordeel voor enkelen en levenskwaliteit voor velen gaat niet samen. Enkel ingrijpen van de overheid biest hier soelaas. Dat weten bestuurders. Dat weten ook de grote spelers in toeristische industrie. Op dit front is wel beweging, maar nog veel te weinig. De pure wil tot echte verandering is te zwak. Het vereist een cultureel-mentale omwenteling, bij alle bepalende groepen mensen in het toerisme. 


Foto: Adobe Stock - Nataraj
Foto: Adobe Stock - Nataraj

Schiphol - Budgetvluchten hebben het overtoerisme in veel Europese steden aangewakkerd. Zonder verkapte subsidies en een marktverstorend groeibeleid zou het aantal vluchten mogelijk nooit zo sterk zijn gestegen. Veel beleidsmakers zien de scheve ontwikkeling en de maatschappelijke kosten die het gevolg daarvan zijn, maar echt ingrijpen in de sector is nog niet gebeurd. Wel heeft Corona veel toestellen aan de grond gehouden. Wat daarvan de lange-termijn-effecten zijn, blijft ongewis.  


Een succesformule voor een sociaal-verdraagzaam kwaliteitstoerisme bestaat niet. Toch zijn stappen in de goede richting wel degelijk mogelijk. Dat overtoerisme in een aantal op de politieke agenda staat, is al vooruitgang. Daar mag het niet bij blijven. Een gezonder en beter toerisme vraagt om nieuwe en ongebruikelijke investeringen in de openbare ruimte en in menselijk kapitaal. Dat hoeft niet ongelofelijk veel geld te kosten. 

Als steden van cultuur, creativiteit en diversiteit hun uithangbord willen maken - niet alleen Amsterdam wil dat - dat moeten juist dé publieke ruimte én een groot deel van het toeristische personeel doordrongen zijn van die maatschappelijke waarden en culturele kwaliteiten. Beide bepalen uiteindelijk de beleving van de bezoekers en dus ook het imago van de stad. Op deze terreinen valt nog een wereld te winnen.

Het begint al bij opleiding. Wat geef je studenten en zij-instromers mee, die de toeristische sector gaan dragen? Hoe ze een merk bouwen, customer journeys in kaart brengen en social media strategies ontvouwen? Of hoe onze cultuur zich ontwikkelt en hoe onze maatschappij functioneert? Zodat ze dat kunnen uitdragen richting bezoekers. Op dit front is een geestelijke inhaalslag nodig.  

Steden leven van hun verhalen; voor een beter toerisme zijn verhalenmakers een onmisbaar menselijk kapitaal. Stadsbesturen doen er dan ook goed aan, te investeren in vakkundige stadsgidsen. Het potentieel van deze beroepsgroep wordt vaak onderschat. Dit beroep is buitengewoon interessant voor zij-instromers en kan werkgelegenheid creëeren. Ook kunnen bekwame gidsen toeristen handig over de stad verspreiden en het contact tussen bewoners en bezoekers veel makkelijker maken. Bovendien kunnen gidsen samen een corps van stadsambassadeurs hebben, dat cultureel-historisch besef en en ziel van hun stad uitdragen richting bezoekers.  




Goed uitgevoerde kunst in het openbaar, waaronder ook straatkunst en straattheater, heeft een enorme aantrekkingskracht op bezoekers en bewoners. Het bestaat allemaal al uiteraard, maar de rek is daar lang nog niet uit. Sterker nog, de mogelijkheden voor dit soort projecten zijn schier onbeperkt. Mits stadsbesturen er de ruimte voor vrijmaken en de creatieve sector in deze richting stimuleren. Steden en hun karaktervolle buurten ademen historie en diversiteit. Op basis daarvan kun je - het liefst in elk van die buurten - wisselende, multimediale open-luchttentoonstellingen creëren, die culturele kwaliteit bieden, een gemeenschapsgevoel oproepen en nieuwe publieke trefpunten opleveren. Hier liggen ook veel kansen voor burgerinitiatieven en culturele ondernemers. 

Ongetwijfeld bestaat er nog meer ideeën om toerisme beter, duurzamer en socialer te maken. Nu de uitvoer nog. Makkelijk wordt dat niet. Het overtoerisme heeft de kwaliteit van veel steden verschraald. Is dat proces omkeerbaar? Die verschraling is ook de prijs van onze vrijheid. Hele volksstammen in onze moderne wereld geloven dat ze op reis ongeremd mogen consumeren. Dat gaat altijd ten koste van mens en milieu. Hoe die spiraal te doorbreken? Een beschavingsoffensief heeft weinig kans van slagen, vermoedelijk. Uiteindelijk ligt de bal toch bij beleidsmakers en het bedrijfsleven. Zij hebben de middelen voor verandering en dragen de verantwoordelijkheid. Zij kunnen een economie maken die dienstbaar is aan de samenleving en niet andersom. Zo een omslag zou veel meer dan alleen het toerisme ten goede komen.  


STADTGEIST steunen?